De G7-top in Évian-les-Bains markeert een keerpunt in de internationale AI-politiek. Wereldleiders en topmannen van grote AI-bedrijven, waaronder Sam Altman (OpenAI) en Demis Hassabis, riepen op tot eenheid, maar het resultaat is een pact dat de toegang tot geavanceerde Amerikaanse AI-modellen beperkt tot een kring van 'trusted partners'. Dit systeem is een direct gevolg van de Amerikaanse exportcontrole die het AI-bedrijf Anthropic dwong zijn modellen in Europa offline te halen, wat diepe sporen trekt in het bedrijfsleven.
De exportban op Anthropic legt een structureel risico bloot: bedrijven zijn te afhankelijk van een handvol Amerikaanse AI-leveranciers. Premier Carney van Canada waarschuwde dat deze situatie leidt tot een systeemrisico vergelijkbaar met de financiële crisis van 2008. Voor Nederlandse ondernemers en organisaties die bouwen op software, AI en automatisering betekent dit dat de vanzelfsprekende beschikbaarheid van vertrouwde modellen plots kan verdwijnen. Tegelijkertijd bieden open-source alternatieven zoals het Chinese Zhipu GLM-5.2 onder MIT-licentie een uitweg, maar vragen die om nieuwe keuzes op het gebied van compliance en prestaties.
Daarnaast spelen andere ontwikkelingen die de AI-praktijk raken: hallucinaties zijn geen technische fout maar een blijvend bedrijfsrisico dat vraagt om verifieerbare bronnen, en de opkomst van AI-agenten jaagt de tokenkosten omhoog ondanks dalende prijzen. De juridische strijd tussen xAI en OpenAI is definitief beslecht in het voordeel van OpenAI, wat de markt verder consolideert. Al deze factoren maken dat ondernemers de regie moeten nemen over hun AI-inzet: diversifieer leveranciers, bouw verificatie in en houd grip op de kosten.