De inzet van AI door bedrijven roept steeds meer juridische en strategische vragen op. Een Duitse rechter oordeelde recent dat Google aansprakelijk is voor onjuiste AI-overzichten, omdat deze samenvattingen zelfstandige uitspraken zijn die verder gaan dan louter doorlinken. De zaak onderstreept dat wie AI-gegenereerde inhoud publiceert, verantwoordelijk kan worden gehouden voor de juistheid ervan.
Tegelijk speelt de concurrentie om AI-talent en -toegang op. Noam Shazeer, mede-uitvinder van de transformer, verruilde Google voor OpenAI, wat de risico's op vendor lock-in vergroot. Op de G7-top werd een pact gesloten dat 'trusted partners' gedefinieerde toegang tot Amerikaanse AI-modellen moet geven, maar Europese beleidsmakers vrezen juist voor nieuwe afhankelijkheid. Bovendien lanceerde Adobe een tool om merkzichtbaarheid in AI-zoekmachines te meten, terwijl FLOH betoogt dat hallucinaties geen bug maar een structureel bedrijfsrisico vormen.
Voor Nederlandse ondernemers en organisaties liggen hier concrete lessen. AI-hallucinaties vragen om processen die foutieve output ondervangen, niet om een technische oplossing. Leveranciersclaims, zoals Tesla's FSD-cijfers aan de RDW, moeten onafhankelijk worden gevalideerd. Compliance-eisen, zoals FedRAMP in de Microsoft-Oracle-casus, zijn eveneens onbespreekbaar. Praktische tools voor contentautomatisering en e-mailroutering bieden kansen, maar alleen met een scherp oog voor de risico's.