Wie software op Gemini bouwt, kreeg er op 22 juni een belangrijke wijziging bij. Google heeft de Interactions API algemeen beschikbaar gemaakt en tot de nieuwe standaardinterface voor al zijn Gemini-modellen en agenten benoemd. Daarmee verschuift de manier waarop je met Gemini praat: niet langer via het vertrouwde generateContent, maar via een nieuw ontworpen API die is gebouwd met agenten in gedachten.
Wat er verandert
De kern van de wijziging zit in hoe een gesprek met het model is opgebouwd. Het oude model werkte met rollen, berichten gelabeld als user of model. De Interactions API vervangt dat door wat Google getypte stappen noemt: elke handeling, of het nu gaat om gebruikersinvoer, een tussengedachte, een functieaanroep of de uitvoer van het model, is een eigen, expliciet getypte stap. Voor agenten die meerdere tools aanroepen en tussenstappen zetten, is dat een logischere structuur dan alles in een platte lijst berichten persen.
De API is sinds december 2025 in beta geweest en is nu volgens The Decoder de standaard voor nieuwe ontwikkeling. Google bevestigt dat de interface nu de standaard is in Google AI Studio, in de Gemini API en in alle documentatie.
Het goede nieuws: generateContent blijft werken
Belangrijk voor wie nu in productie draait: dit is geen harde breuk van vandaag op morgen. Google stelt expliciet dat het oudere generateContent volledig ondersteund blijft en voorlopig nieuwe mainline Gemini-modellen blijft krijgen. Je bestaande integratie stopt dus niet plotseling.
De adder zit in de nieuwe functies. Die landen alleen nog in de Interactions API. Concreet noemt Google onder meer beheerde agenten met een externe Linux-sandbox, uitvoering op de achtergrond via een background-parameter, het mengen van ingebouwde tools zoals Google Zoeken en Maps met eigen functies, en media-generatie. Wil je die mogelijkheden, dan is migreren geen optie maar een voorwaarde. Voor de overstap verwijst Google naar een aparte migratiegids in zijn ontwikkelaarsdocumentatie.
Er zit ook een directe kostenkant aan. Google introduceert twee tiers: een Flex-modus die een kostenbesparing van 50 procent belooft, en een Priority-modus die op snelheid optimaliseert. Voor werk dat niet realtime hoeft, zoals batchverwerking of nachtelijke analyses, kan dat het verschil maken op je maandrekening.
Wat betekent dit voor jou
Bouw of gebruik je iets op Gemini, dan is de boodschap nuchter: geen paniek, wel plannen. Inventariseer waar je generateContent aanroept, lees de migratiegids en bepaal of je de nieuwe agent-functies of de goedkopere Flex-tier nodig hebt. Zo niet, dan kun je rustig blijven draaien; zo wel, dan plan je de migratie in als gewoon onderhoud in plaats van als brandje.
Er zit een breder lesje in. Deze stap past in een rij Google-zetten om de infrastructuur rond AI-agenten te standaardiseren, zoals eerder al Google's ARD-standaard waarmee AI-agenten zelfstandig de juiste tools en API's vinden. Handig, maar elke nieuwe getypte interface bindt je ook net iets steviger aan één leverancier. Hoe meer van je logica in een leverancierspecifiek API-formaat zit, hoe duurder een toekomstige overstap wordt. Het is geen reden om Gemini te mijden, wel een reden om je modelaanroepen achter een dunne, eigen abstractielaag te houden, zodat een volgende standaardwissel een aanpassing op één plek is en niet door je hele codebase.
Veelgestelde vragen
Toekomstvast bouwen op AI
Een standaardwissel als deze laat zien hoe snel een AI-platform onder je software kan verschuiven. Ik bouw AI-integraties end-to-end zo dat je modelkeuze inwisselbaar blijft, van ontwerp en abstractielaag tot realisatie en automatisering, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
