Een alfabet is een verzameling letters waarmee klanken uit de gesproken taal schriftelijk worden weergegeven, in tegenstelling tot een syllabarium (lettergrepen) of een logografisch schrift (woorden of morfemen). De eerste letters ontstonden in het oude Egypte als hulpmiddel bij het schrijven van hiërogliefen en bleven tot de vijfde eeuw na Christus in gebruik. Het Proto-Kanaänitisch schrift wordt beschouwd als het eerste volledig fonemische schrift; hieruit ontwikkelde zich het Fenicisch alfabet, de voorouder van onder meer het Arabisch, Grieks, Hebreeuws, Latijns en cyrillisch alfabet. De taalkundige Peter T. Daniels maakt onderscheid tussen een abjad, waarin vooral medeklinkers worden weergegeven, een abugida, waarin klinkers via diakritische tekens aan medeklinkers worden toegevoegd, en een echt alfabet, dat zowel klinkers als medeklinkers een eigen letter geeft. In die strikte betekenis geldt het Griekse alfabet, afgeleid van het Fenicische abjad, als het eerste echte alfabet. Het Latijns alfabet, op zijn beurt afgeleid van het Grieks, is tegenwoordig het meest gebruikte alfabet wereldwijd. Alfabetten kennen doorgaans een vaste lettervolgorde, de alfabetische volgorde, die ook wordt gebruikt om lijsten te nummeren.