Zuckerberg noemde het woensdag op Meta's analistencall dwaas om alle AI-rekenkracht van het bedrijf te verkopen voor snelle winst, terwijl Meta naar eigen zeggen biedingen krijgt die ruim boven de inkoopprijs liggen.
Dat raakt elk bedrijf dat de komende maanden GPU-capaciteit inkoopt buiten de gevestigde clouds om. Sinds begin juli gold Meta als de partij die het aanbod zou verbreden: een concern dat dit jaar tot 145 miljard dollar in infrastructuur steekt en zijn overcapaciteit wilde doorverkopen. Zuckerberg zet die verkoop nu achteraan in de rij. Wie rekende op een nieuwe aanbieder die de prijs van rekenkracht drukt, schuift die verwachting beter op naar later.
Biedingen met een premie, en toch niet verkopen
Meta krijgt volgens Zuckerberg "een groot aantal biedingen" op de rekenkracht die het bezit, tegen een prijs die een betekenisvolle premie legt op wat het bedrijf er zelf voor betaalde. Toch zou het dwaas zijn om simpelweg alle rekenkracht te verkopen en een kortetermijnwinst te pakken, zei hij, omdat Meta er intelligentie bovenop kan bouwen die de waarde vermenigvuldigt. Het blijft "altijd een portfolio", voegde hij eraan toe: je wilt niet uitsluitend op de lange termijn mikken en de markten negeren die er nu al zijn. Rekenkracht rechtstreeks te gelde maken gebeurt dus wanneer dat zinvol is, maar eigen producten gaan voor.
Financieel directeur Susan Li onderbouwde waarom Meta die luxe heeft. De sector heeft jarenlang te weinig gebouwd voor de golf van AI-gebruik, zei ze, waardoor bestaande capaciteit, ook die van Meta zelf, buitengewoon waardevol is geworden. Zuckerberg bracht het botter: er is nergens genoeg rekenkracht voor alle vraag, en dan verdient Meta liever aan de producten die erop draaien dan aan de capaciteit zelf.

De marge betaalt de rekening
De cijfers laten zien waarom de afweging nu scherp ligt. Meta boekte in het tweede kwartaal 60,8 miljard dollar omzet, 28 procent meer dan een jaar eerder, maar de kosten stegen met 55 procent naar 42,0 miljard dollar. Daardoor zakte de operationele marge van 43 naar 31 procent en daalde de nettowinst met 14 procent tot 15,8 miljard dollar. De winst per aandeel kwam uit op 6,18 dollar, tegen 7,14 dollar een jaar eerder. Alleen in dit ene kwartaal ging er 31,1 miljard dollar aan investeringen doorheen.
Voor heel 2026 tilde Meta de ondergrens van zijn investeringsbudget op, van 125 tot 145 miljard dollar naar 130 tot 145 miljard. De totale kosten komen dit jaar op 165 tot 169 miljard dollar en voor het derde kwartaal rekent het bedrijf op 61 tot 64 miljard dollar omzet. Dat geld gaat naar datacenters en naar de eigen AI-chip Iris, die in september in productie gaat als eerste stap om de rekencapaciteit te verdubbelen tot 14 gigawatt. Beleggers zagen vooral de uitgaven: het aandeel verloor nabeurs ruim 9 procent en zakte van 585,61 naar 529,15 dollar.
Van verhuurplan naar selectieve verkoop
De uitspraak schuurt met de koers die Meta deze maand uitzette. Op 1 juli lekte uit dat het concern werkt aan een eigen clouddienst om overtollige AI-rekenkracht te verkopen, waarna het aandeel ruim 10 procent steeg en neoclouds als Nebius en CoreWeave 10 tot 12 procent verloren. Twee weken later kwam naar buiten dat Meta en Anthropic praten over verhuur van rekenkracht die over twee jaar kan oplopen tot 10 miljard dollar.
Een omkering is het niet. Zuckerberg sloot verkoop nadrukkelijk niet uit en hield het op potentieel verkopen. Wat verandert is de volgorde: eerst de eigen modellen en producten, dan pas capaciteit voor derden, en alleen tegen een premie. Voor een afnemer betekent dat een aanbieder die kieskeurig is en duur, niet een die volume in de markt duwt.
Wie het meest bouwt, verkoopt het minst
De beweging is breder dan Meta. Alphabet tilde zijn AI-budget naar 195 tot 205 miljard dollar en zag de vrije kasstroom voor het eerst sinds de beursgang negatief worden, Meta verhoogde de ondergrens van het zijne, en beide zetten de capaciteit die daaruit rolt het liefst in voor eigen diensten met een hogere marge. De partijen die het snelst bijbouwen hebben zo de minste reden om door te verkopen.
Daarmee blijft rekenkracht aan de aanbodkant schaars, precies terwijl de vraag ernaar in vrijwel elk AI-project zit dat een Nederlands bedrijf start. De les uit deze kwartaalcijfers is niet dat er geen capaciteit te koop is, maar dat de prijs wordt gezet door partijen die haar liever zelf gebruiken.
Veelgestelde vragen
Slim omgaan met AI-kosten
Rekenkracht is duur en schaars, dus loont het om AI precies daar in te zetten waar het echt werk overneemt. Ik denk met je mee over die keuze, ontwerp de oplossing en bouw en automatiseer hem, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
