De Tweede Kamer der Staten-Generaal is het lagerhuis van het Nederlandse parlement en vormt samen met de Eerste Kamer de Staten-Generaal, het hoogste vertegenwoordigende orgaan van het Koninkrijk. De Kamer telt 150 zetels, die via evenredige vertegenwoordiging worden verdeeld bij verkiezingen die uiterlijk eens in de vier jaar plaatsvinden. Zij zetelt van oudsher op het Binnenhof in Den Haag, al is de Kamer tijdelijk verhuisd naar het voormalige ministerie van Buitenlandse Zaken vanwege de renovatie van dat gebouw.
De belangrijkste taken van de Tweede Kamer zijn wetgeving en controle van de regering. Wetsvoorstellen van het kabinet moeten door de Kamer worden goed- of afgekeurd en kunnen worden gewijzigd of aangevuld, terwijl individuele leden ook zelf wetsvoorstellen kunnen indienen via het recht van initiatief. Daarnaast houdt de Kamer toezicht op het regeringsbeleid: ministers en staatssecretarissen zijn verplicht verantwoording af te leggen en relevante informatie te verstrekken.
De eerste zitting vond plaats op 21 september 1815 en sinds 1956 kent de Kamer 150 zetels. De basisregels van haar functioneren zijn vastgelegd in de Grondwet. In de praktijk kan een kabinet niet aanblijven zonder het vertrouwen van een Kamermeerderheid te genieten, een ongeschreven regel die zich in de negentiende eeuw heeft ontwikkeld.
vraagt kabinet om in kaart te brengen hoeveel rekenkracht de overheid de komende tien jaar nodig heeft hoeveelheid rekenkracht die de overheid de komende tien jaar nodig heeft
“Andere moties vragen het kabinet om in kaart te brengen hoeveel rekenkracht de overheid de komende tien jaar nodig heeft”
verzocht om universiteiten en hogescholen te helpen hun afhankelijkheid van big tech af te bouwen
“De afspraak is een antwoord op een verzoek van de Tweede Kamer uit 2025 om universiteiten en hogescholen te helpen hun afhankelijkheid van big tech af te bouwen”