Cerebras bouwt tegen eind 2027 200 megawatt aan AI-rekenkracht in Europa, met een eerste datacenter dit jaar in Frankrijk en uitbreiding naar Noorwegen en Finland. Dat kondigde het Amerikaanse chipbedrijf aan op de RAISE Summit in Parijs. Cerebras maakt geen GPU's maar wafer-scale inferentiechips, en positioneert de investering als een lokaal, Europees alternatief voor de rekenkracht waar de meeste AI-toepassingen nu op draaien.
Voor Nederlandse organisaties die AI in productie draaien, verschuift dat de keuzeruimte. Inferentie, het live laten draaien van een model dat vragen beantwoordt of documenten uitleest, gebeurt nu bijna altijd op Amerikaanse of Aziatische capaciteit. Een aanbieder met datacenters binnen de EU betekent lagere latentie en, wat vaak zwaarder weegt, data die de Europese jurisdictie niet verlaat. Dat raakt precies de afweging rond vendor lock-in en digitale soevereiniteit die bij steeds meer bedrijven op tafel ligt.

Wat er precies gebouwd wordt
Het plan is meer dan een intentie. Cerebras zegt nu al significante capaciteit voor 2027 te contracteren en verwacht het eerste Europese datacenter eind 2026 online te hebben, oplopend tot 200 megawatt tegen eind 2027. CEO Andrew Feldman spreekt van een investering van meerdere miljarden dollars.
Een deel van die capaciteit is al vergeven. Cerebras sloot eerder een meerjarige inferentiedeal van meer dan 20 miljard dollar met OpenAI, goed voor 750 megawatt aan rekenkracht; een stuk van de nieuwe Europese capaciteit gaat naar die workloads. Daarnaast combineert het bedrijf zijn CS-3-systemen met de Trainium-chips van AWS in een gedeelde inferentie-opzet. Bij zijn beursgang in mei 2026 haalde Cerebras 5,5 miljard dollar op, en in het eerste kwartaal boekte het 193,4 miljoen dollar omzet.
Waarom Europa, en waarom nu
De timing is geen toeval. Meer dan 90 procent van de aangekondigde AI-fabrieken in Europa draait op Nvidia, en de vraag naar rekenkracht groeit volgens Feldman sneller dan aanbieders die kunnen bijbenen. Tegelijk groeit de politieke wil om die afhankelijkheid te breken. In eigen land wil de Tweede Kamer Europese datacenters voorrang geven boven Amerikaanse hyperscalers, en industriële spelers als Siemens en Renault spreiden hun AI-leveranciers na Amerikaanse restricties.
Een chipmaker die inferentiecapaciteit fysiek in Frankrijk, Noorwegen en Finland neerzet, speelt recht op die beweging in.
Een Europees alternatief, met een kanttekening
Toch verdient het woord soeverein een kanttekening. Cerebras blijft een Amerikaans, beursgenoteerd bedrijf, en datacenters op Europese bodem veranderen niets aan de vraag onder welke jurisdictie het moederbedrijf valt. Datzelfde speelde bij Nebius, het Amsterdamse AI-cloudbedrijf waarvan de grootste datacenters juist in de VS staan: een Europees adres is nog geen Europese controle.
Wat er wél verandert, is de keuze. Waar het draaien van AI-modellen tot nu toe vrijwel synoniem was met Nvidia-hardware in Amerikaanse datacenters, komt er een tweede route bij, met capaciteit binnen de EU en een andere chiparchitectuur eronder. Voor wie AI serieus in productie neemt, wordt de vraag waar je rekenkracht draait en wie er aan de knoppen zit de komende jaren net zo bepalend als welk model je kiest.
Veelgestelde vragen
AI draaien op jouw voorwaarden
Waar je AI draait en wie er aan de knoppen zit, is een keuze die ik met je maak: ik denk mee, ontwerp en bouw je AI-oplossingen end-to-end, self-hosted waar dat kan, zodat je data en systemen van jou blijven.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
