Een Nederlands bedrijf in de Nasdaq-100 is zeldzaam, en op 22 juni is het zover. Nebius Group N.V., met hoofdkantoor in Amsterdam, wordt opgenomen in de index van de honderd grootste niet-financiele Nasdaq-fondsen. De aanleiding is spectaculaire groei: de omzet steeg in het eerste kwartaal van 2026 met 684 procent. Voor Nederlandse organisaties die zoeken naar Europese AI-rekenkracht klinkt dat als goed nieuws. De vraag is of het dat ook echt is.
Van Yandex-afsplitsing tot AI-grootmacht
Nebius is een opvallende verschijning. Het bedrijf ontstond als afsplitsing van het Russische Yandex toen dat na de geopolitieke breuk werd opgeknipt, en kwam zo bijna per ongeluk in Amsterdam terecht. Inmiddels is het een pure AI-cloudspeler die GPU-clusters en datacenters bouwt voor het trainen en draaien van AI-modellen. De cijfers zijn fors: een omzet van ongeveer 399 miljoen dollar in één kwartaal, waarvan de AI-cloudtak 98 procent voor zijn rekening neemt, een aangepaste EBITDA-marge van zo’n 45 procent, en een gecontracteerde orderportefeuille die richting de 46 miljard dollar loopt.
Die orderportefeuille bestaat niet uit kleine klanten. Nebius heeft afspraken met Nvidia, dat in maart 2026 zo’n 2 miljard dollar in het bedrijf investeerde, met Meta, en met Microsoft. Het meerjarige contract met Microsoft levert capaciteit uit een nieuw datacenter in Vineland, New Jersey. Onlangs rondde Nebius bovendien de overname van Eigen AI af, een bedrijf gespecialiseerd in het efficienter laten draaien van modellen.
Hoe Europees is dit eigenlijk?
En daar wringt het. Een hoofdkantoor aan de Amsterdamse grachten maakt een bedrijf nog niet soeverein. Nebius' grootste investeringen en datacenters liggen aan de andere kant van de oceaan: gigawattschaal-AI-fabrieken in Pennsylvania en Alabama, een capaciteitsdeal die vanuit New Jersey wordt geleverd, en daarnaast een investering van 1,7 miljard pond in Nvidia-infrastructuur in het Verenigd Koninkrijk. De stroomcontracten overschrijden samen 3,5 gigawatt. De rekenkracht waar het echt om draait, staat dus grotendeels buiten de EU, en de grootste klanten en geldschieters zijn Amerikaanse techreuzen.
Dat maakt Nebius geen slechte keuze, maar wel een genuanceerde. Wie compute afneemt bij een beursgenoteerd bedrijf met Amerikaanse datacenters en Amerikaanse hoofdklanten, koopt niet automatisch de juridische en politieke onafhankelijkheid waar het bij digitale soevereiniteit om gaat. Het is een terugkerend patroon: Alibaba Cloud opende net een Parijse regio en positioneert zich als soeverein alternatief, of juist niet, en in eigen land wil de Tweede Kamer voorrang voor Europese datacenters boven Amerikaanse hyperscalers. De vraag wie er aan de knoppen zit, is overal dezelfde.
Wat dit betekent voor jouw bedrijf
De komst van een serieuze, kapitaalkrachtige AI-cloudspeler met een Europees adres is op zichzelf goed nieuws: meer aanbieders betekent minder afhankelijkheid van de drie grote Amerikaanse hyperscalers. Wie nu GPU-capaciteit inkoopt voor AI-training of -inferentie, doet er goed aan Nebius mee te wegen naast partijen als OVHcloud, dat Europa's tweede grote LLM-bouwer wil worden.
Maar laat je niet verblinden door de vlag op het hoofdkantoor. Beoordeel een leverancier op waar je data fysiek staat, onder welke jurisdictie die valt, en hoe makkelijk je weer weg kunt. Soevereiniteit is geen marketingterm maar een controlevraag: kun jij, als er morgen iets verandert in Washington of op de beurs, je rekenkracht en je data nog gewoon bereiken? Bij Nebius is dat antwoord op dit moment minder eenduidig dan het Amsterdamse adres doet vermoeden. Reken op de cijfers, niet op de postcode.

