De Europese Commissie opent de aanbesteding voor maximaal zeven AI-gigafabrieken in de EU en zet daar tot 10 miljard euro aan Europees en nationaal geld tegenover, wat volgens de Commissie ruim 20 miljard euro aan private investeringen moet losmaken.
Twee datums bepalen wat dat waard is voor een Nederlands bedrijf. Bieden kan tot 12 november 2026, en de eerste gigafabriek draait op zijn vroegst medio 2028. Nederland ontbreekt bovendien in het rijtje van achttien lidstaten die met EuroHPC een gezamenlijke inkoopovereenkomst hebben getekend. Juist die landen leggen nationaal geld naast de EU-bijdrage en kopen straks rekentijd in bij de geselecteerde fabrieken. Wie hier capaciteit wil, komt binnen via een consortium of via een commerciële aanbieder, niet via de eigen overheid.

Wie mag bieden, en onder welke voorwaarden
Meedoen kan als consortium of via een special purpose vehicle waarin bedrijven, publieke partijen en investeerders samen optrekken. Een gigafabriek mag op één locatie in één lidstaat staan, verspreid over meerdere locaties in dat land, of grensoverschrijdend als gekoppelde rekenfaciliteiten in meerdere lidstaten. Alle voorstellen gaan door een competitieve beoordeling.
De aanbesteding valt uiteen in twee percelen met elk een eigen schaaleis. Het eerste perceel is goed voor maximaal vier projecten, met 100 miljoen euro EU-geld in fase één en tot 400 miljoen euro extra in fase twee. Elk project moet minstens zoveel geavanceerde AI-processors neerzetten als er nu in de krachtigste AI-fabriek van Europa staan, en die capaciteit in fase twee verdrievoudigen. Het tweede perceel telt maximaal drie projecten, met 200 miljoen euro in fase één en tot 800 miljoen euro in fase twee; daar is het startpunt tweemaal de huidige koploper, oplopend tot viermaal.
De EU en de deelnemende lidstaten kopen samen rekentijd in bij de fabrieken die worden gekozen. Publiek geld levert dus niet alleen infrastructuur op, maar ook toegang die aan onderzoekscentra, publieke projecten en AI-labs kan worden toegewezen.
Het gat tussen dertig miljard en wat er nu ligt
Het bedrag in de kop van het persbericht is voor het grootste deel een verwachting. EuroHPC schrijft zelf dat het gros van de middelen uit het meerjarig financieel kader van 2028 tot 2035 moet komen, de EU-begroting waarover nu nog wordt onderhandeld.
Onder de huidige begroting is ongeveer 1 miljard euro beschikbaar, uit lopende programma's als Horizon Europe, Digital Europe en de Connecting Europe Facility. Een hoge ambtenaar van de Commissie noemde de 30 miljard tegenover The Next Web een beste schatting van wat er mogelijk beschikbaar komt in plaats van geld dat al klaarligt, en zei dat de Commissie niet vooruit kan lopen op de besluiten over het volgende meerjarenkader.
Ook de rest van de rekensom bestaat uit intenties. Van de 10 miljard aan publiek geld mikt Brussel op ongeveer 5 miljard uit de EU-begroting en 5 miljard van de lidstaten die een fabriek huisvesten. De 20 miljard aan privaat kapitaal is verwacht, niet toegezegd.
Europese fabrieken, Amerikaanse chips
De rekenkracht zelf komt vrijwel zeker uit de Verenigde Staten. In het verlengde van het handelsakkoord tussen de EU en de VS tekende de Commissie drie intentieverklaringen met AMD, Nvidia en Qualcomm, zodat consortia soepel aan hardware komen. Inkopen mag bij leveranciers in Europa of in gelijkgezinde landen, en een deel van de inkoop mag naar Europese start-ups en scale-ups gaan om de Europese toeleveringsketen te versterken.
Daar zit de spanning in dit programma. De fabrieken moeten Europese controle over AI-infrastructuur opleveren, terwijl de chiplaag eronder Amerikaans blijft. Wat wel verschuift, is de jurisdictie waaronder de data en de modellen draaien.
Wat er intussen al gebouwd wordt
Wachten op 2028 is niet de enige route. De EU heeft al een netwerk van negentien AI-fabrieken bij bestaande supercomputercentra, waar start-ups, scale-ups en onderzoekers nu rekentijd kunnen aanvragen. Commercieel gaat het sneller: Cerebras zet tegen eind 2027 200 megawatt aan AI-rekenkracht in Europa neer, met een eerste datacenter in Frankrijk dat eind 2026 online moet zijn. Die capaciteit staat er dus eerder dan de eerste gigafabriek, alleen onder commerciële voorwaarden in plaats van via een publiek gefinancierd programma.
In eigen land loopt dezelfde discussie langs de vergunningen, waar de Tweede Kamer Europees-autonome datacentercapaciteit voorrang wil geven boven Amerikaanse hyperscalers. Rekenkracht is van een inkoopregel een strategische kwestie geworden.
Wat deze aanbesteding vooral zichtbaar maakt, is de afstand tussen de Europese ambitie en het geld dat er nu ligt. Zeven fabrieken die elk minstens zo groot zijn als de huidige Europese koploper is een serieuze sprong, maar die sprong hangt aan een begroting die nog niet is vastgesteld, aan privaat kapitaal dat nog niet is toegezegd en aan chips die uit de Verenigde Staten komen. Tot de eerste fabriek draait, gaat de vraag waar je AI-workloads staan over wat er vandaag te huur is, niet over wat Brussel voor 2028 belooft.
Veelgestelde vragen
AI draaien onder eigen voorwaarden
Waar je AI draait gaat straks net zo zwaar wegen als welk model je kiest. Ik denk met je mee over die keuze en pak het hele traject op, van ontwerp tot werkend en geautomatiseerd systeem, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
