Steeds meer organisaties vertrouwen op AI-systemen voor rapportages, samenvattingen en klantinteractie. Uit recente incidenten blijkt dat deze systemen geregeld 'hallucineren': ze produceren overtuigend klinkende maar onware of verzonnen informatie. KPMG moest een AI-gebaseerd rapport intrekken vol verzonnen bronnen, door toedoen van AI-controletool GPTZero en de Financial Times. Een Duitse rechter oordeelde dat Google aansprakelijk is voor onjuiste AI-overzichten, met een verbod en dwangsom tot gevolg. Deze zaken tonen de overgang van hallucinaties als technische curiositeit naar een juridisch en commercieel risico.
De samenhang is duidelijk: toezichthouders en rechtbanken grijpen in, consultancykantoren zoals KPMG, Deloitte en EY concurreren op AI-betrouwbaarheid en controletools winnen aan invloed. De Europese AI-verordening verscherpt de eisen: bedrijven moeten AI-geletterdheid borgen en AI-uitvoer transparant maken. Dit creëert een landschap waarin een onzorgvuldige omgang met AI direct kan leiden tot schadeclaims, reputatieverlies en boetes.
Voor Nederlandse ondernemers en organisaties betekent dit dat passief AI-gebruik niet langer verantbaar is. Er zijn concrete handvatten: een risicoclassificatie van AI-systemen, het inbouwen van menselijke controle en bronverificatie, en het vastleggen van governance. De incidenten en de wetgeving benadrukken dat een fout op een kwetsbare plek grote gevolgen kan hebben. De juiste vraag is niet of AI hallucineert, maar of je verificatie hebt ingebouwd waar het pijn doet.