Tencent onderhandelt om de grootste externe aandeelhouder te worden van Manus, de Chinese AI-agent-startup, nadat Peking Meta dwong zijn overname van bijna 2 miljard dollar terug te draaien, meldt de Financial Times.
Voor een Nederlandse organisatie die Manus of een vergelijkbare Chinese agent-tool inzet, laat deze zaak zien hoe wankel dat soort afhankelijkheid kan zijn. Wie zo'n tool in een werkproces bouwt, gaat er stilzwijgend van uit dat de eigenaar morgen dezelfde is als vandaag. Hier bepaalt niet de markt maar de Chinese staat wie de tool in handen krijgt: een overname werd teruggedraaid en nu schuift het eigendom opnieuw. Dat raakt wie toegang heeft tot je data, onder welk rechtssysteem de tool valt en of hij over een jaar nog bestaat in de vorm die je koos.
Wat er nu speelt
Meta kondigde eind december 2025 aan Manus te kopen voor ongeveer 2 miljard dollar. Peking greep in: het Chinese ministerie van Handel opende een onderzoek en blokkeerde de overname eind april, waarna Meta de deal medio juni definitief afblies. Nu leidt Tencent een groep Chinese investeerders, waaronder durfkapitalist ZhenFund en HSG (het vroegere Sequoia Capital China), die Manus tegen diezelfde waardering van 2 miljard dollar terugkopen van Meta. Tencent, al langer investeerder in Manus, zou daarmee de grootste externe aandeelhouder worden.
De Amerikaanse investeerder Benchmark doet niet mee. Manus blijft zelfstandig opereren vanuit Singapore en draait naar verluidt bijna 500 miljoen dollar omzet per jaar. Voor Tencent sluit de agent aan op zijn eigen plannen om AI-assistenten in diensten als WeChat te bouwen.

Wat Manus is
Manus is een autonome AI-agent: geef hem een opdracht en hij voert die zelfstandig uit, van cv's screenen tot een beursanalyse. De tool komt van Butterfly Effect, in 2022 opgericht door Xiao Hong, dat eerder de browserassistent Monica maakte. Manus ging in maart 2025 in besloten bèta en werd meteen een hit: de demo trok binnen een dag meer dan een miljoen views en uitnodigingscodes werden voor duizenden dollars doorverkocht. Kort daarna verhuisde het hoofdkantoor van China naar Singapore.
Waarom dit een leveranciersrisico is
De kern zit niet in welke Chinese partij straks aan de knoppen zit, maar in het feit dat een overheid dat bepaalt. Wie een buitenlandse AI-tool in een proces verankert, loopt een concreet risico: de spelregels kunnen van bovenaf veranderen, buiten je zicht en buiten je invloed. Datzelfde patroon dook deze maand op toen bekend werd dat China overweegt de buitenlandse toegang tot zijn eigen AI-modellen te beperken, een spiegelbeeld van de Amerikaanse exportcontroles.
Grote Europese bedrijven trekken daar hun conclusie uit. Bestuurders van Siemens, Renault en Orange verdelen hun AI bewust over meerdere aanbieders, een mix van Amerikaanse, Chinese en Europese modellen, zodat één politiek besluit nooit hun hele AI-stack platlegt.
Waar dit heen wijst
De les is niet dat je Chinese of Amerikaanse tools moet mijden. Het is dat de vraag van wie je software is en waar je data staat op de risicoplank hoort, naast die ene te grote klant of leverancier waar je niet omheen kunt. Een AI-agent die vandaag van een Amerikaans techbedrijf is en morgen van een Chinees, met een overheid die de overdracht dicteert, is precies zo'n afhankelijkheid.
Wie daar een terugvaloptie naast legt, een tweede aanbieder of een model dat je zelf kunt draaien, koopt de vrijheid om door te werken als de eigendomsverhoudingen weer schuiven. Dat is geen politieke keuze, het is gewoon je bedrijf beschermen tegen een risico dat je niet zelf in de hand hebt.
Veelgestelde vragen
Grip op je AI-stack
Als de eigenaar van een AI-tool ineens verschuift, wil je niet vastzitten. Ik denk met je mee, ontwerp en bouw een opzet die niet aan één externe aanbieder hangt, self-hosted waar dat kan, zodat je blijft werken wat er ook aan de top verandert.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
