Trump kondigt een 301-handelsonderzoek naar de Europese Unie aan en stelt een substantieel tarief in het vooruitzicht, schreef hij vrijdag op zijn platform Truth Social, een dag nadat Brussel Google 890 miljoen euro beboette onder de Digital Markets Act.
Voor een Nederlands bedrijf verandert daarmee de aard van het risico. De boete van donderdag gaf je concrete ruimte: 460 miljoen euro was voor het voortrekken van Googles eigen shopping-, hotel- en transportresultaten in Zoeken, 430 miljoen voor het belemmeren van app-ontwikkelaars die klanten naar een goedkopere afrekenroute wilden leiden. Die ruimte ligt nu op een handelstafel. Verkoop je daarnaast goederen aan de Verenigde Staten, dan komt de dreiging bovenop de heffingen van 10 tot 12,5 procent die vrijdag ingingen voor zestig handelspartners, de EU inbegrepen.
Wat Trump aankondigde, en wat er ontbreekt
In zijn bericht schreef Trump dat de EU een zeer hoge prijs gaat betalen voor wat hij illegaal en hoogst onethisch gedrag noemt. Hij zei onmiddellijk een 301-onderzoek te starten naar wat hij omschreef als het BEROVEN van Amerikaanse bedrijven, en rekent op een substantieel tarief op het vroegst mogelijke moment. De Verenigde Staten zijn geen spaarpot voor Europa, voegde hij eraan toe.
Wat er niet in staat, telt net zo hard. Geen percentage, geen productcategorieën, geen ingangsdatum. En op de eigen overzichtspagina van de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger staat nog geen 301-onderzoek naar de Europese Unie; de meest recente zaken gaan over Duitse geneesmiddelenprijzen (18 juni 2026) en Vietnamees intellectueel eigendom (29 mei 2026). Dit is dus een aankondiging, geen vastgesteld beleid.
Trump wil bovendien dat eerdere Europese boetes volledig worden teruggedraaid en noemde daarbij bedragen van 15 miljard dollar voor Apple, 3 miljard voor Meta en 2,5 miljard voor Amazon. De herkomst van die cijfers is onduidelijk, en Amazon ontliep in de EU juist grote boetes: de privacyboete van ruim 800 miljoen dollar die een Luxemburgse toezichthouder oplegde, werd door de rechter geschrapt.
Section 301 is het werkpaard geworden
Section 301 van de Trade Act uit 1974 geeft de Amerikaanse handelsvertegenwoordiger de bevoegdheid om buitenlandse handelspraktijken te onderzoeken die Washington discriminerend acht, en daar met tarieven op te reageren. Dit kabinet gebruikt het instrument stelselmatig.
De heffingen van 10 tot 12,5 procent op zestig handelspartners, donderdag aangekondigd en vrijdag ingegaan, leunen op precies dezelfde juridische grondslag. Een tweede 301-spoor tegen de EU zou daar bovenop komen, niet in de plaats van.

Het akkoord dat eronder ligt, wankelt al
De dreiging landt midden in een handelsafspraak die zelf nog niet uitgekristalliseerd is. Het Turnberry-akkoord, de gezamenlijke verklaring van vorige zomer, verplicht de EU haar tarieven op Amerikaanse industrie- en landbouwproducten te verlagen in ruil voor een maximumheffing van 15 procent op de meeste Europese uitvoer naar de VS. Nadat het Amerikaanse Hooggerechtshof in februari een groot deel van Trumps heffingen vernietigde, bouwt het Witte Huis die tariefmuur nu opnieuw op.
Brussel weet nog niet hoe. Olof Gill, plaatsvervangend hoofdwoordvoerder van de Europese Commissie, zei donderdag dat de EU verwacht dat Washington zich aan de gezamenlijke verklaring houdt, welk tariefregime het uiteindelijk ook invoert. Een harde toezegging over de vorm is dat niet.
Brussel wijkt vooralsnog niet
De boete zelf is voor Google klein. Een EU-functionaris rekende voor dat 890 miljoen euro neerkomt op 0,22 procent van de wereldwijde jaaromzet, terwijl de DMA boetes tot 10 procent van die omzet toelaat en tot 20 procent bij herhaling. De inzet zit niet in het bedrag maar in het precedent: dit was de eerste DMA-boete tegen Google.
Eurocommissaris Henna Virkkunen benadrukte dat Europa zeer toegewijd blijft aan zijn eigen regels. Handelsvertegenwoordiger Jamieson Greer noemde het besluit donderdag al een reëel risico voor de stabiliteit van de transatlantische handel. Google zelf zegt hard te hebben gewerkt aan naleving van de DMA, maar zorgen te hebben geuit over de gevolgen van recente Commissiebesluiten, en spreekt waardering uit voor de betrokkenheid van de Amerikaanse regering.
Van belastingheffing naar handhaving
Een maand geleden ging de dreiging nog over belasting: Trump stelde een importheffing van 100 procent in het vooruitzicht voor elk land dat een digitaledienstenbelasting op Amerikaanse techbedrijven invoert. Nu verschuift het conflict naar de handhaving zelf. Het gaat niet langer over een belasting die Europa zou kunnen invoeren, maar over een wet die het al toepast.
Dat raakt de kalender waar bedrijven op rekenen. De Commissie gaf Google zestig dagen vanaf 23 juli, dus tot eind september, om beide overtredingen te beëindigen. Die twee remedies bepalen concreet of je klanten buiten de Play Store mag laten afrekenen en of je webshop of reisdienst eerlijker naast Googles eigen resultaten komt te staan. Zolang handhaving handelsinzet wordt, is de vraag niet alleen of Brussel doorpakt, maar wanneer.
Daarmee komt scherp in beeld waarom digitale soevereiniteit in de kern risicobeheer is, met jurisdictierisico en prijsmacht als concrete gevaren. Een bedrijf dat zijn vindbaarheid, omzet en betaalstroom aan één Amerikaans platform hangt, is niet alleen afhankelijk van dat platform. Het is ook afhankelijk van hoe twee regeringen erover onderhandelen.
Veelgestelde vragen
Minder vastzitten aan één platform
Hangt je omzet aan Google Zoeken, Ads of de afrekenroute in de Play Store, dan is dat een afhankelijkheid waar je zelf iets aan kunt doen. Ik denk met je mee over waar die vastzit, ontwerp het alternatief en bouw en automatiseer het ook, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
