Tien jaar VivaTech, en zelden was de boodschap zo politiek. Europa's grootste techbeurs sloot deze week in Parijs af onder één banier: digitale soevereiniteit. Toch vertelde de beursvloer een ander verhaal. Tussen de speeches over Europese autonomie waren de hoofdgasten Amerikaans en stonden de hyperscalers prominent op de vloer. Die kloof tussen ambitie en infrastructuur is precies het dilemma waar elke Nederlandse organisatie mee zit die nu leverancierskeuzes maakt.
Een beurs over soevereiniteit, met Bezos als hoofdgast
De tiende editie vond plaats in Paris Expo Porte de Versailles en was groter en politieker dan ooit. De organisatie breidde het beursoppervlak uit tot 70.000 vierkante meter, tegen de gebruikelijke 50.000, en rekende op meer dan 180.000 bezoekers en zo'n 15.000 startups. Duitsland was gastland, bedoeld als symbool van Europese samenwerking, en voor het eerst gaven techbedrijven live demonstraties langs de Champs-Élysées.
Maar de koppen gingen naar andere namen. Hoofdgast op de openingsdag was Amazon-oprichter Jeff Bezos, terwijl de organisatie de beurs nadrukkelijk in het teken van Europese soevereiniteit zette. De Indiase premier Narendra Modi sprak donderdag, en de Franse AI-onderzoeker Yann LeCun, die dit jaar Meta verliet voor een eigen bedrijf rond fysieke AI, was er ook. Op de openingsdag was al duidelijk dat digitale soevereiniteit het hoofdthema van VivaTech zou worden, aangejaagd door Amerikaanse exportcontroles.
"Controle waar het ertoe doet"
De aanleiding maakte het abstracte ineens concreet. Vlak voor de beurs dwong een Amerikaanse exportrichtlijn Anthropic om zijn modellen Fable 5 en Mythos 5 wereldwijd uit te zetten, omdat het bedrijf de nationaliteit van gebruikers niet realtime kan verifiëren. Wat jarenlang een strategisch concept was, werd in één middag een operationeel feit.
De nuance kwam van de sprekers zelf. Volgens IBM-bestuurder Ana Paula Assis gaat soevereiniteit om controle waar het ertoe doet, niet om waar de techniek vandaan komt. VivaTech-directeur François Bitouzet verwoordde het als een architectuurvraag: bouw veerkrachtige strategieën waarin je voor de meest kritische delen van je stack op Europese innovatie leunt, en voor de rest met wereldwijde partners blijft werken waar dat logisch is. Niet het ene blok inruilen voor het andere, maar bewust kiezen per onderdeel.
De cijfers achter de retoriek
Die boodschap botst op een harde infrastructuurrealiteit. Europa host volgens een scenario-analyse van MIT-onderzoeker Michiel Bakker en collega's ongeveer 5 procent van de wereldwijde AI-rekenkracht, tegenover zo'n 80 procent voor de Verenigde Staten. De 200 miljard euro die de Europese Commissie via InvestAI toezegde, werd in één kwartaal van 2026 overtroffen door wat Amerikaanse hyperscalers alleen al uitgaven aan AI-datacenters: meer dan 200 miljard dollar in de eerste drie maanden. En het Europese cloudaandeel zakte van ongeveer 29 procent in 2017 naar zo'n 15 procent in 2022.
Waar de beurs vooral retoriek bood, liet Frankrijk zien wat soevereiniteit in de praktijk vraagt: een concrete keuze met een gevolg. De binnenlandse inlichtingendienst vervangt het Amerikaanse Palantir door de Franse leverancier ChapsVision, met een aangewezen alternatief en de bereidheid om eventuele prestatie- of kostenverschillen te slikken. Het Nederlandse ASML, inmiddels Europa's meest waardevolle beursbedrijf, stuurde topman Christophe Fouquet naar Parijs, een herinnering dat de Europese kracht echt is, maar geconcentreerd zit in machines voor chips en niet in de AI-laag die erop draait.
Wat betekent dit voor jou
Voor een Nederlandse onderneming heeft soevereiniteit een prijskaartje. Europese cloud-alternatieven vragen volgens Capgemini-COO Karine Brunet premies tot 40 procent boven Amerikaanse aanbieders. Dat is de zichtbare kostenkant. De onzichtbare kant is het risico dat die premie afdekt: een buitenlandse overheid die een draaiende dienst zonder waarschuwing kan uitzetten, zoals de Anthropic-zaak liet zien.
De vraag is dus niet "Amerikaans of Europees" als ideologie, maar welke onderdelen van je stack je je niet kunt veroorloven om uitgezet te zien worden. Ook in Den Haag landt dat besef: de Tweede Kamer wil dat Europese datacenters voorrang krijgen boven Amerikaanse hyperscalers. Het is precies waarom digitale soevereiniteit vooral risicobeheer is en geen politieke stellingname: je bepaalt vooraf welke data en welke kernprocessen niet afhankelijk mogen zijn van een schakelaar in een ander land, en je regelt díe onderdelen eerst.
De tegenstrijdigheid op de beursvloer is jouw keuze in het klein. Niet alles tegelijk Europees maken, maar weten welk deel van je software en data kritiek is, en daar beginnen. De rest mag gerust bij de partij die het beste werkt.
Veelgestelde vragen
Soeverein waar het telt
Ik help je bepalen welke delen van je software en data je echt in eigen hand wilt houden, en bouw dat vervolgens end-to-end: van meedenken en ontwerp tot realisatie en automatisering, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
