AI-kennis krijgt in een Conclusion-toets onder ruim duizend Nederlanders gemiddeld een 5,1, terwijl slechts 18 procent begrijpt dat AI niet redeneert zoals een mens.
Bij een MKB-bedrijf dat al met een chatbot, schrijfhulp of document-AI werkt, is dat geen schoolrapport maar een operationeel gat. Medewerkers kunnen een tool gebruiken zonder te weten waarom een antwoord overtuigend en toch fout kan zijn. Artikel 4 van de AI-verordening geldt al, en sinds augustus 2026 is toezicht gestart. De inzet is daarom niet dat iedereen AI-expert wordt, maar dat mensen begrijpen wat de systemen in hun werk wel en niet doen.
De score is een signaal, geen nationale norm
De 5,1 is geen onafhankelijke nationale meting. Het cijfer komt uit onderzoek dat Conclusion liet uitvoeren en zelf naar buiten bracht. Emerce vermeldt dat het bericht een ingezonden bericht van Conclusion is, gebaseerd op onderzoek van Factsnapp in opdracht van Conclusion. Dat maakt de herkomst duidelijk: dit is een door de belanghebbende partij gerapporteerde onderzoeksuitkomst, geen breed onafhankelijk vastgesteld cijfer voor heel Nederland.
De detailuitkomsten laten zien dat ruim twee derde zichzelf basisgebruiker noemt, terwijl 20 procent weet wat een LLM is, 47 procent denkt dat generatieve AI bestaande informatie opzoekt en 42 procent AI-hallucinatie herkent. Wie niet weet dat een taalmodel op patronen en waarschijnlijkheden werkt, heeft ook minder reden om een overtuigend antwoord te controleren.

Wat artikel 4 nu vraagt
Artikel 4 is geen nieuwe regel. De AI-geletterdheidsplicht die al sinds 2 februari 2025 geldt geldt voor aanbieders en gebruiksverantwoordelijken van AI-systemen, dus ook voor organisaties die bestaande AI-tools in hun werk inzetten. De tekst is in juli 2026 aangepast: organisaties moeten maatregelen nemen die de ontwikkeling van AI-geletterdheid van personeel en andere personen die namens hen met AI werken ondersteunen. Sinds 2 augustus 2026 kunnen nationale markttoezichthouders daarop toezicht houden en handhaven.
De Europese Commissie zegt dat artikel 4 geen vaste individuele score, certificaat of standaardtraining voorschrijft. De aanpak hoort aan te sluiten op voorkennis, context, risico en de mensen op wie een systeem invloed heeft. Een bedrijf dat ChatGPT inzet voor bijvoorbeeld reclame of vertaling moet gebruikers wel informeren over concrete risico’s zoals hallucinaties.
Voor een ondernemer betekent dit een andere vraag dan of iedereen een cursus heeft gevolgd. Het gaat om de kennis die past bij het echte gebruik: welke gegevens mogen in deze tool, welke uitkomst moet een medewerker controleren en wie blijft verantwoordelijk als het systeem een fout maakt?
Wanneer iemand AI echt begrijpt
Gebruik en begrip vallen niet samen. Wie AI denkt te snappen, kan misschien een goede prompt schrijven of een antwoord netjes laten klinken. Werkelijke basiskennis blijkt uit het kunnen uitleggen van drie grenzen:
- Werking: het systeem genereert een waarschijnlijk antwoord, geen gecontroleerde waarheid.
- Controle: het werkproces bepaalt wanneer een mens de uitkomst controleert en met welke bron.
- Verantwoordelijkheid: de organisatie weet welke gegevens, rollen en grenzen bij het gebruik horen.
De regeling maakt de eerste handeling daarmee concreet: een inventarisatie van de AI-systemen en toepassingen die in gebruik zijn, gekoppeld aan processen en rollen, met vastgelegde kennis en menselijke controle. Dat is iets anders dan medewerkers alleen leren welke knop ze moeten indrukken.
De arbeidsmarkt beweegt mee
De arbeidsmarkt legt ondertussen een eigen lat. UBS bouwt in zijn Graduate Talent Program een AI Fluency Pathway in rond echte toepassingen, verantwoord gebruik en oordeelsvorming. Dat is geen Nederlandse wettelijke norm en geen bewijs dat iedere werkgever AI-vaardigheid als selectie-eis gebruikt. Het laat wel zien dat AI-geletterdheid verschuift van losse toolkennis naar een combinatie van praktisch gebruik en professioneel oordeel.
De 5,1 is dus niet de maatstaf waarmee werkgevers mensen moeten afrekenen. De relevante verschuiving zit elders: AI-gebruik groeit sneller dan het begrip van de werking en grenzen, terwijl artikel 4 organisaties vraagt die kennis aan het concrete gebruik te koppelen. AI-geletterdheid wordt daarmee onderdeel van het procesontwerp: wie gebruikt welk systeem, met welke gegevens, onder welke menselijke controle en met welke verantwoordelijkheid.
Veelgestelde vragen
AI-kennis werkbaar maken
Ik help je AI-gebruik vertalen naar duidelijke werkwijzen, passende software en automatisering. Ik denk mee, ontwerp en realiseer het hele traject, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
