Work IQ koppelt Copilot en agents aan Dynamics 365- en Power Platform-data; de publieke preview startte op 30 september; Microsoft rolt de toegang in oktober verder uit.
Voor Nederlandse organisaties die deze apps gebruiken, verschuift AI van losse zoekantwoorden naar bedrijfscontext die meerdere records en processen verbindt. Een agent kan na goedkeuring een bronrecord bijwerken, maar welke gegevens gebruikers, agents en apps mogen zien of wijzigen blijft afhangen van bestaande rechten.
Hoe Work IQ bedrijfscontext bouwt
De gedeelde basis is een semantisch model: een laag die uitlegt wat gegevens betekenen en hoe records samenhangen. Het model gebruikt de gekozen Dataverse-tabellen, relaties, weergaven, formuliernamen en kolombeschrijvingen. Makers kunnen ontbrekende bedrijfstermen toevoegen en signalen uitsluiten die ruis geven of niet meer kloppen. Hetzelfde model kan door verschillende agents worden gedeeld, zodat zij dezelfde betekenis aan klantrecords en relaties geven. Microsoft zegt dat voorbeeldrijen standaard uitstaan.
Teams kunnen ook een business skill maken: een herbruikbare set instructies en context voor een bedrijfsproces. Een agent kan daarmee bijvoorbeeld bij een klantverlenging een verkoopkans combineren met een open servicezaak, een gekoppelde contractlocatie en recente klantmails. Microsofts voorbeeld laat zien dat de klant de verlenging aan een serviceverbeterplan koppelt. De skill geeft de agent vier procesregels: controleer kritieke open zaken, wijs een eigenaar voor het verbeterplan aan, leg de klantafspraak vast en vraag goedkeuring voordat een concessie wordt aangeboden. Het antwoord verwijst terug naar de onderliggende gegevens. Microsofts Work IQ-documentatie zegt dat business skills eenmalig kunnen worden gedefinieerd en door meerdere agents worden hergebruikt.
Microsoft noemt Copilot Studio, GitHub Copilot en andere codeeragents als ingangen tot dezelfde bedrijfscontext zodra beheerders toegang hebben ingericht. Een gedeeld model betekent niet één gedeeld toegangsbeleid: elke app houdt eigen rechten en beheer.

De kwaliteit van de antwoorden hangt daarmee ook af van de inrichting die Work IQ uitleest. ERP Today wijst erop dat verouderde weergaven of relaties de bedrijfscontext van een agent kunnen vertekenen. De preview maakt onderhoud van tabellen, relaties en bedrijfstermen dus onderdeel van de AI-inrichting.
Toegang vraagt controles op meerdere lagen
Microsoft verdeelt de instellingen over de Copilot-doelgroep, de Power Platform-omgeving, de deelnemende apps en de bestaande rechten voor gebruikers, agents en applicaties. In een pilot moeten die lagen samen kloppen:
- Gebruikersgroep: de AI-beheerder kiest in het Microsoft 365-beheercentrum welke gebruikers of groepen Business Applications in Work IQ via Copilot mogen gebruiken.
- Omgeving en gegevens: de Power Platform-beheerder bepaalt welke omgevingen Work IQ gebruikt. Makers kiezen welke apps en gegevens binnen die omgevingen deelnemen. Deelname bepaalt welke omgevingen en apps Work IQ gebruikt, maar blokkeert geen agenttoegang; App Access bepaalt apart welke applicaties toegang krijgen.
- Gebruikers, agents en apps: bestaande beveiligingsrollen, de identiteit of verbinding van elke agent, het doel en de eigenaar ervan bepalen welke gegevens en handelingen beschikbaar zijn. Microsoft raadt aan de uitkomst met een representatieve gebruiker en de agent zelf te testen.
Microsofts pilotgids zegt dat zakelijke apps bij de meeste klanten standaard voor alle Copilot-gebruikers beschikbaar zijn. Beheerders moeten wel nagaan of de beoogde groep en omgeving zijn ingeschakeld en Work IQ per omgeving aanzetten. De openbare documentatie geeft geen afzonderlijke toegangsstatus voor Nederlandse tenants, dus bevestigt niet dat elke Nederlandse organisatie de preview al ziet. Microsofts quickstart laat beheerders de gebruikersgroep en omgeving in hun eigen tenant controleren.
Microsoft waarschuwt dat previewfuncties beperkt beschikbaar kunnen zijn, per regio kunnen verschillen en niet voor productie bedoeld zijn. De huidige lijst noemt Dynamics 365 Sales, Customer Service en modelgestuurde Power Apps als ondersteunde bronnen; Finance and Operations volgt volgens Microsoft eind oktober. Een Nederlandse organisatie kan de beschikbaarheid daarom pas in de eigen tenant vaststellen.
Dat past bij de groei van agentgebruik. Microsofts Work Trend Index van 5 mei meldde dat het aantal unieke actieve agents in Microsoft 365 in een jaar vijftien keer groeide, gemeten over een rollend venster van 28 dagen. Die schaal maakt rechten en menselijk toezicht per agenttaak relevanter. Work IQ brengt die taakcontext naar de data en regels waar zulke agents mee werken.
Veelgestelde vragen
Van bedrijfsdata naar agents
Als je bedrijfsdata en werkprocessen met AI-agents wilt verbinden, denk ik mee over de context en rechten, ontwerp ik de aanpak en bouw en automatiseer ik het hele traject, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.

