Wereldwijde smartphone-uitleveringen daalden in het tweede kwartaal met 11 procent naar het laagste tweede-kwartaalniveau sinds 2013, meldt marktonderzoeker Counterpoint Research, nu het tekort aan geheugenchips is uitgegroeid tot de grootste rem op de markt.
De klap valt het hardst onderaan het assortiment. De DRAM- en NAND-chips die schaars zijn, gaan bij de geheugenfabrikanten bij voorrang naar AI-datacenters. Telefoonmakers schuiven de opgelopen materiaalkosten daarom door naar de koper, vooral op instap- en middenklassetoestellen. Dat zijn precies de telefoons waarmee je een team uitrust of een zakelijke vloot vervangt: de toestellen waar je normaal geen twee keer over nadenkt, worden nu duurder en zijn slechter leverbaar.
Samsung terug op één, Apple voor het eerst op 20 procent
Waar de markt kromp, wonnen de twee grootste namen juist aandeel. Samsung heroverde de koppositie met een marktaandeel van 24 procent en de sterkste jaar-op-jaargroei van de top vijf, geholpen door vraag naar de Galaxy S26, betere beschikbaarheid en agressievere promoties. Apple zag zijn uitleveringen met 3 procent stijgen en pakte voor het eerst 20 procent van de wereldwijde uitleveringen in een tweede kwartaal, op de rug van vraag naar de duurdere iPhones.
Apple was daarbij de enige grote fabrikant die zijn telefoonprijzen dit kwartaal niet verhoogde. Dat sluit aan op een eerder patroon: toen Apple eind juni de prijzen van vrijwel de hele Mac- en iPad-reeks verhoogde vanwege datzelfde geheugentekort, bleef de iPhone buiten schot.
De kleinere merken vingen de klap op. Xiaomi (12 procent), OPPO (11 procent, inclusief OnePlus en realme) en vivo (8 procent) noteerden de steilste volumedalingen van de top vijf, doordat zij het sterkst leunen op de geheugengevoelige instap- en middenklasse. Het gezamenlijke aandeel van alle overige merken zakte van 28 naar 26 procent.
Waarom het tekort niet snel voorbij is
"De wereldwijde geheugencrisis heeft elke andere factor ingehaald als de grootste rem op de smartphone-industrie", zei Counterpoint-analist Shilpi Jain. Wat vorig jaar begon als een componentenprobleem is volgens haar nu een volwaardig vraagprobleem: instap- en middenklassetoestellen worden "structureel onhaalbaar" op hun oude prijspunt. Fabrikanten reageren verschillend, van prijzen verhogen tot het langer in de markt houden van oudere modellen of het terugschroeven van lanceringen en productie.

Dat de schaarste aanhoudt, ligt niet alleen aan de AI-honger van datacenters. Micron-topman Sanjay Mehrotra wees er eerder op dat jarenlange prijsdruk en de onderinvestering die daarop volgde net zoveel schuld dragen aan het tekort. Dat maakt het geen tijdelijke piek: de geheugenprijzen liggen volgens leveranciers goeddeels vast tot 2030.
Van datacenter naar winkelstraat
De cijfers laten zien hoe ver de AI-boom inmiddels doorwerkt tot in de winkelstraat. Een tekort dat begon bij de rekenkracht voor taalmodellen bepaalt nu wat een telefoon voor je buitendienst kost en of hij op voorraad ligt. Voor wie hardware inkoopt betekent dat plannen op een langere horizon: reken op hogere prijzen en langere levertijden in het goedkopere segment, en ga er niet vanuit dat de toestellen die je vloot vullen vanzelf goedkoper worden zolang de chips naar de datacenters blijven gaan.
Veelgestelde vragen
Meer halen uit wat je hebt
Als hardware duurder en schaarser wordt, help ik je meer uit je bestaande systemen en toestellen te halen: van slimme automatisering tot software die langer meegaat. Ik denk mee, ontwerp en bouw het end-to-end, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
