Runway presenteert Solaris, een model dat software-interfaces frame voor frame genereert in plaats van ze als code uit te voeren, meldt het bedrijf in een onderzoeksaankondiging van 31 augustus. Het noemt Solaris het eerste model in een nieuwe categorie die het Interface World Models doopt.
Voor wie software laat maken, verschuift daarmee de vraag onder een offerte. Een interface die als code draait kun je bezitten, versiebeheren, testen en overdragen aan een volgende ontwikkelaar. Een interface die live gegenereerd wordt bestaat alleen zolang het model draait: er is geen HTML, geen componentenboom en geen exportbestand. Voor een prototype of een klantdemo is dat een ander soort risico dan voor het systeem waar je facturatie in zit. Solaris zit nog in besloten early access, dus dit is vandaag geen aankoopbeslissing, maar wel een ontwerpkeuze die binnen afzienbare tijd op tafel komt.
Waarom de tussenstap verdwijnt
Elk stuk software van nu vertaalt een visueel ontwerp eerst naar een tussenvorm, meestal code, voordat het iets kan doen. Runway noemt dat een lossy compressie van alle mogelijke interacties: elk gedrag moet vooraf bedacht en geprogrammeerd zijn, dus de interface ligt vast voordat de eerste gebruiker binnenkomt. Solaris slaat die stap over en genereert elk frame en elke reactie op invoer met een enkel world model, zodat het hele beeld de interface is.
Technisch bouwt Solaris voort op Gen-4.5, het videomodel van Runway, en volgt het het pad van GWM-1, zijn algemene world model. Klikken, slepen en typen worden behandeld als conditionering voor het volgende frame, net zoals tekst of een referentiebeeld dat zijn. Een taalmodel bepaalt intussen wat er in de scene moet gebeuren, Solaris rendert hoe dat eruitziet en reageert. Twee harde grenzen stuurden het ontwerp: rond een halve seconde vertraging houdt een interactie op interactief te voelen, en de beeldkwaliteit moest 720p vasthouden. Om daar te komen genereert het model frames autoregressief, is het denoisen van tientallen stappen naar een handvol gedestilleerd en is dat snelle model getraind op zijn eigen uitvoer.
Runway is tot nu toe vooral bekend van zijn videomodellen, die je naast Veo en Kling met een prompt en wat regie een bruikbare clip laten genereren. Solaris zet dezelfde machinerie op het scherm waar het werk zelf gebeurt.
Wat Runway heeft gemeten
De aankondiging draagt twee eigen tests. In de eerste moesten toonaangevende multimodale taalmodellen, waaronder GPT-4o, Gemini 2.5 Pro en Claude Fable 5, een interface reconstrueren uit een enkele schermafbeelding, over 30 interfaces die uiteenlopen van kale webpagina's tot beeldrijke pagina's en gewone foto's. Gemeten met structurele gelijkenis (SSIM) en met DINOv3-kenmerken verliest elk taalmodel informatie, en dat verlies groeit naarmate het beeld visueel complexer wordt. Dat is precies het verlies dat Solaris wil vermijden door helemaal niet naar code te vertalen.

In de tweede test zette Runway Solaris naast een gecodeerd resultaat van Claude Opus 5, met hetzelfde startbeeld en dezelfde interactieverzoeken. 250 deelnemers beoordeelden 30 interactievoorbeelden, samen goed voor bijna 7.500 paarsgewijze oordelen. Bij de vraag welk resultaat de instructie beter opvolgt koos 61 procent voor Solaris en 24 procent voor het gecodeerde resultaat; bij de vraag wat zich natuurlijker gedraagt binnen de scene was dat 71 tegen 21 procent. Die cijfers komen uit een studie van Runway zelf, niet uit onafhankelijk onderzoek.
Wat het nog niet kan
Runway benoemt vier open problemen. Stabiele, leesbare tekst is een van de hardste problemen in videogeneratie, terwijl een interface daar meer op leunt dan bijna elk ander beeldtype; een hybride opzet waarin een beeldmodel de tekstzware schermen rendert noemt het bedrijf een praktische route. Een overtuigend fout antwoord is bij uitleg of verkoop erger dan geen antwoord, dus het startbeeld moet uit echt productmateriaal worden opgebouwd om de scene te aarden. Samenhang over lange sessies is nog actief onderzoek. En een gegenereerde interface moet nog samenwerken met de rest van de stack, inclusief schermlezers en toegankelijkheids-API's. Wie aan toegankelijkheidseisen moet voldoen, kan een interface zonder die ondersteuning niet zomaar live zetten.
Openbaar is Solaris dan ook niet. Runway werkt met partners aan een publieke lancering en verzamelt aanmeldingen via een formulier voor early access, waarin het onder meer naar bedrijfsgrootte vraagt, van 1 tot 50 medewerkers tot meer dan 10.000.
Ook bedoeld als oefenterrein voor agents
Naast een manier om software te maken presenteert Runway Solaris als trainingsomgeving. Tekstmodellen leren nu de specifieke layout waarop ze getraind zijn en struikelen over een net iets andere hotelsite of boodschappenwinkel. Door de ruimte tussen actie en reactie weg te halen kunnen agents oefenen tegen interfaces die constant veranderen en tegen layouts die nog nooit bestonden. The Decoder legt daar de nadruk op: het systeem is bedoeld voor agents die vastlopen op wisselende website-indelingen.
Dat probleem is niet theoretisch. Google bouwde computer use, het vermogen van een model om zelf een scherm te bedienen, in het reguliere Gemini 3.5 Flash in plaats van in een apart Computer Use-model, juist om dat soort agents breder bereikbaar te maken. De interfaces waarop ze moeten oefenen zijn tot nu toe echte, gecodeerde websites geweest.
Bouwen of genereren
De vraag is niet of Solaris volgend kwartaal je backoffice vervangt. Dat doet het niet: het model is besloten, tekst is nog wankel en de toegankelijkheidslaag ontbreekt. De vraag is waar de scheidslijn komt te liggen. Alles wat vooral getoond en verkend moet worden, een productconfigurator, een showroom, een uitlegstap in een handleiding, wint bij een interface die zich per bezoeker vormt. Alles wat moet onthouden, boeken en verantwoorden wint bij code die je kunt lezen, testen en meenemen.
Bij die tweede categorie telt de exit-vraag: kun je je data, je logica en je workflow morgen zonder dit platform ergens anders draaien? Bij een gegenereerde interface is het antwoord per definitie nee, want er is geen artefact om mee te nemen. Dat maakt Solaris niet minder interessant. Het maakt vooral zichtbaar dat wie de interface bezit vanaf nu een expliciete keuze wordt, in plaats van een bijproduct van de manier waarop software nu eenmaal gebouwd wordt.
Veelgestelde vragen
Bouwen of laten genereren
Of je nu een demo wilt die morgen indruk maakt of een intern systeem dat er over vijf jaar nog staat, ik denk met je mee over die keuze en doe daarna het hele traject: ontwerp, bouw, koppelingen en automatisering, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
