Aan de slotdag van de G7-top in het Franse Evian-les-Bains schoven de machtigste mannen van de AI-industrie aan bij de wereldleiders. Sam Altman van OpenAI, Dario Amodei van Anthropic en Demis Hassabis van Google DeepMind zaten samen aan een besloten werklunch met onder anderen Donald Trump en de Europese regeringsleiders. Hun boodschap: werk samen, het liefst onder Amerikaanse leiding. Het ongemak zat in de timing, want amper een week eerder had Washington de toegang tot Anthropics modellen voor heel Europa afgesneden. Voor Nederlandse bedrijven die dagelijks op deze leveranciers draaien, legt dat contrast precies de kwetsbaarheid bloot waar het op de top over ging.
Wie er aan tafel zat
De werklunch had als thema een veilige, snelle en effectieve inzet van kunstmatige intelligentie. Er schoven ongeveer een dozijn topmensen uit de sector aan. Naast de drie Amerikaanse grootmachten zaten er nadrukkelijk ook Europese en geallieerde namen aan tafel: Aidan Gomez van het Canadese Cohere, het Franse Mistral, het Duitse Black Forest Labs, het Italiaanse Domyn, het Japanse Sakana AI en het Britse Synthesia. Die samenstelling was geen toeval, want de G7 wilde laten zien dat het AI-gesprek niet alleen door Silicon Valley wordt gevoerd.
Amodei vraagt eenheid, terwijl Anthropic op slot zit
Amodei en Hassabis riepen op tot een door de Verenigde Staten geleide coalitie om internationale regels en standaarden voor AI vorm te geven. De Canadese premier Mark Carney vond dat de VS zo'n coalitie zou kunnen leiden. Dat pleidooi voor eenheid kreeg een wrange bijklank, want de Amerikaanse exportcontrole die Anthropic dwong om Fable 5 en Mythos 5 wereldwijd offline te halen, gold op dat moment nog steeds. De man die om vertrouwen en samenwerking vroeg, kon zijn beste modellen op datzelfde moment niet aan Europese klanten leveren.
Europa laat zich niet geruststellen
De Europese en geallieerde leiders namen de uitnodiging tot eenheid niet zomaar aan. Carney stelde dat soevereiniteit onbelemmerde toegang tot AI vereist en dat landen hun toegang tot geavanceerde systemen moeten opbouwen en spreiden. Aidan Gomez van Cohere wil de soevereine AI-partnerschappen uitbreiden naar alle G7-landen, met een mondiale standaard die eigenaarschap van modellen, data en lokale rekenkracht garandeert. Op de achtergrond speelt een breder Europees ongemak: president Macron spoort ambtenaren aan om Zoom en Microsoft Teams te ruilen voor eigen alternatieven, en de Europese Commissie kwam met een pakket om de eigen technologische soevereiniteit te versterken. De top zelf sloot af met een pact waarin alleen 'trusted partners' toegang tot Amerikaanse AI-modellen krijgen, precies het systeem dat de afhankelijkheid formaliseert in plaats van wegneemt.
Wat betekent dit voor jouw bedrijf
Voor een Nederlandse ondernemer of IT-verantwoordelijke is de les niet geopolitiek maar praktisch. Een leverancier kan je morgen de toegang ontzeggen om redenen die niets met jou te maken hebben: een exportregel, een nationaal veiligheidsbevel, een handelsconflict. Dat is precies waarom digitale soevereiniteit eerder risicobeheer is dan een politieke stellingname. Het antwoord is niet om AI te mijden, maar om je afhankelijkheid te spreiden: zorg dat je eigenaar blijft van je software en data in plaats van vast te zitten aan een enkele aanbieder, houd een tweede model achter de hand, en bewaar de optie om gevoelige workloads zelf te draaien. De topmannen aan de G7-tafel vroegen om vertrouwen in een systeem dat ze zelf op elk moment kunnen dichtdraaien. Jouw continuïteit is te belangrijk om dat vertrouwen blind te geven.
Veelgestelde vragen

Niet vastzitten aan een AI
Ik help je je AI- en softwarelandschap zo inrichten dat je niet aan een enkele leverancier vastzit: van meedenken en architectuur tot bouwen, integreren en automatiseren, self-hosted waar dat kan. Zo blijf je eigenaar van je data en je continuiteit, wat er ook in Washington of Brussel wordt besloten.