UWV stopt met de Bemiddelingsservice na circa €55 miljoen aan uitgaven sinds 2021, omdat tests en aanvullende maatregelen onvoldoende vertrouwen geven in invoering binnen een aanvaardbare termijn en tegen verantwoorde kosten.
De volgende integratie, maatwerkaanpassing of brede uitrol in een softwareproject vraagt eerst bewijs dat de kernfunctie werkt op echte gevallen en aantoonbaar waarde levert. Zolang die toets uitblijft, kan een organisatie verder investeren terwijl niet vaststaat of het systeem het dagelijkse proces verbetert. Bij UWV draait de bestaande dienstverlening intussen door op de oude systemen.

De €55 miljoen dekt meer dan licenties
De Bemiddelingsservice moest werkzoekenden en vacatures koppelen op basis van vaardigheden, competenties en ambities. De bestaande matching draaide vooral op opleiding en werkervaring. BMS moest gegevens uitwisselen met systemen als Werk.nl en SONAR. AcICT beschreef het gekozen pakket als software die de leverancier normaal als clouddienst leverde, terwijl UWV het op de eigen infrastructuur wilde laten draaien. Daarvoor kwam een containerplatform, naast een gezamenlijke database voor vacatures en profielen.
UWV zegt dat de circa €55 miljoen bestaat uit licenties en externe diensten, maar ook uit investeringen in de eigen infrastructuur. Daaronder vallen een integratieplatform, de vacature- en profieldatabase en het containerplatform. Een aanzienlijk deel kan mogelijk opnieuw worden gebruikt; de omvang en waarde daarvan worden nog onderzocht. Het bedrag is dus geen uitgesplitste factuur voor één leverancier. De openbare aankondiging maakt nog niet duidelijk welk deel als bruikbare infrastructuur resteert.
AcICT beschreef BMS bovendien als een hoog-risico-AI-systeem onder de Europese AI-verordening, met UWV als gebruiker en de leverancier als aanbieder. De matchingsfunctie en de gegevensketen moesten daarom zowel in het dagelijks gebruik als binnen de nieuwe wettelijke eisen aantoonbaar beheersbaar zijn.
De kwaliteitslat kwam niet op tijd
AcICT meldde in februari dat UWV na ruim drie jaar nog niet kon vaststellen of het aangeschafte product voldeed. Het advies maakte een precies onderscheid: het college kon niet concluderen dat het product zelf voldeed, maar stelde wel vast dat het implementatieproces onvoldoende werd beheerst. Een vergelijking tussen de oude en nieuwe matches was eenmalig en onvoldoende in omvang en kwaliteit om de werking in de praktijk te beoordelen.
Ook de beoogde baten waren meetbaar geformuleerd. De bijlage bij het projectadvies noemt 10 procent minder tijd van adviseurs aan gesprekken met klanten en een hogere uitstroom van uitkering naar werk. Het programma van eisen bepaalde niet hoe UWV zou vaststellen of matching voldoende kwaliteit had of hoeveel verbetering nodig was. Ook bleef de relatie tussen acceptatiecriteria, eisen en contract onduidelijk. De invoering was al meerdere keren uitgesteld doordat de koppelingen en benodigde gebruikersfuncties niet klaar waren.
AcICT adviseerde daarom eerst in twee of drie werkgebieden met een beperkte groep adviseurs te testen. Zij zouden BMS naast de bestaande systemen gebruiken en de resultaten vergelijken op een objectieve, herhaalbare manier. Pas wanneer de matching aantoonbaar waarde had, mochten verdere integraties en aanpassingen volgen. UWV zegt die kleine test en aanvullende maatregelen te hebben uitgevoerd. De uitkomsten gaven alsnog onvoldoende vertrouwen om door te gaan. Dezelfde volgorde staat centraal in een pilot met een nulmeting, een representatieve testset en vooraf vastgelegde go/no-go-grenzen.
Betaal pas voor geaccepteerd resultaat
De contractuele aansturing liep niet gelijk op met de beoogde prestaties. AcICT vond prestatieverplichtingen in het contract, maar zag die niet terug in de projectsturing: maandelijkse facturen waren niet expliciet gekoppeld aan het nakomen van die verplichtingen. Ook waren de fase-één-licentiekosten niet gerelateerd aan het werkelijke gebruik. Het advies vroeg om extra go/no-go-momenten op basis van gemeten kwaliteit en om betalingen sterker aan prestaties en resultaat te verbinden.
Bij software die je inkoopt of laat bouwen, leggen acceptatiecriteria vast wat als resultaat geldt. Een koppeling kan data verplaatsen zonder aan te tonen dat de informatie volledig of juist aankomt. Een matchingfunctie kan resultaten produceren zonder te bewijzen dat de matches beter zijn dan de bestaande werkwijze. Zonder vooraf afgesproken meetmethode is de waarde van de oplevering moeilijk vast te stellen.
Ook de uitgang hoort in de scope
Het actuele toetskader van AcICT verdeelt acceptatiecriteria over functie, kwaliteit en opleverproces. Het proces is pas compleet als ook de afgesproken documentatie is geleverd. Hetzelfde kader vraagt om een uitvoerbare exitstrategie waarin staat hoe gegevens, kennis, middelen en dienstverlening bij beëindiging worden overgedragen. Die onderdelen sluiten aan op de vier overdrachtspunten code, data, documentatie en overdraagbaarheid.
UWV gaat met betrokkenen en leveranciers in gesprek over de afbouw en onderzoekt welke onderdelen herbruikbaar zijn. De aankondiging noemt nog geen afzonderlijke beëindigingskosten of inventaris van overdraagbare onderdelen. De bestaande dienstverlening loopt intussen door op verouderde systemen. Zolang de waarde en omvang van hergebruik niet vaststaan, blijft open hoeveel van de €55 miljoen als technische basis voor de skillsambitie kan terugkomen.
Veelgestelde vragen
Een kortere weg naar bewijs
Ik denk met je mee over de juiste scope en ontwerp de route van eerste versie tot werkende software. Daarna realiseer en automatiseer ik het hele traject, self-hosted waar dat kan, met afspraken over overdracht vanaf het begin.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
