Open source moet structureler onderdeel worden van het werk bij de Rijksoverheid, provincies, gemeenten, SURF en universiteiten; de partijen tekenden daarvoor op 1 oktober een intentieverklaring, meldt Digitale Overheid.
Voor Nederlandse softwareleveranciers en publieke inkopers verandert er niet meteen welke software zij moeten kiezen. De partijen willen open source wel structureler organiseren via interne functies en een landelijk netwerk. Daardoor komen hergebruik, aanpasbaarheid en de mogelijkheid om later van leverancier te wisselen nadrukkelijker in beeld bij nieuwe softwarekeuzes.
Wat de afspraak vastlegt
Provincie Zeeland noemt Willemijn Aerdts namens het Rijk, Daniëlle de Clerck namens de provincies, Nathan Ducastel namens de gemeenten, Ron Augustus namens SURF en Alexandra van Huffelen namens de universiteiten als ondertekenaars. De afspraak vraagt deelnemende organisaties te investeren in een Open Source Program Office, of OSPO, en aan te sluiten bij OSPO-NL. De functie moet open source binnen de eigen organisatie bevorderen. Het landelijke netwerk moet kennisuitwisseling organiseren en helpen barrières rond open source weg te nemen, ook met bedrijven en ontwikkelaars.

Open source maakt de broncode inzichtelijk en geeft organisaties ruimte om software aan te passen of op bestaande code voort te bouwen. Dat kan overstappen naar een andere leverancier makkelijker maken. De overeenkomst maakt die keuzevrijheid onderdeel van het bestuurlijke gesprek, maar schrijft geen softwarecatalogus, planning of aanbestedingseis voor.
De tekst beschrijft een netwerk van lokale functies, geen centraal inkoopkantoor. Iedere organisatie houdt haar eigen softwarekeuze. De verklaring noemt geen startdatum, formatie of budget voor OSPO’s en stelt geen meetbaar doel voor het aantal toepassingen dat open source wordt. De uitwerking ligt dus bij de deelnemende organisaties. Voor leveranciers volgt hieruit geen nieuwe harde eis, maar de kans groeit dat publieke inkopers vragen stellen over open code, ondersteuning en een praktische overstaproute.
Een inspanning, geen inkoopbevel
De officiële berichtgeving noemt het document een intentieverklaring. Computable omschrijft het als een inspanningsverplichting zonder harde afspraak of garantie op resultaat. Dat betekent niet dat deelnemende organisaties voortaan alleen open source moeten inkopen. Het gaat om het opzetten van functies en samenwerking die het gebruik ervan moeten bevorderen.
Ook staatssecretaris Aerdts wijst op de afweging achter zo’n keuze: open source is niet altijd de makkelijkste of goedkoopste optie. Onderhoud, ondersteuning en migratie blijven nodig. Toegang tot code helpt alleen als er mensen zijn die de software kunnen begrijpen, aanpassen en blijven beheren.
Van intentie naar uitvoering
De overeenkomst sluit aan op een eerdere stap: in juni spraken het kabinet en de universiteiten af de afhankelijkheid van Amerikaanse techbedrijven te verminderen en open-source- en Europese alternatieven te testen, met extra kosten en IT-capaciteit als praktische drempels. De nieuwe afspraak betrekt ook provincies, gemeenten en SURF en voegt een organisatorische rol en een landelijk netwerk toe. Het juniverhaal wees ook op de extra IT-capaciteit en het gebruiksgemak die een migratie kan kosten. De nieuwe verklaring organiseert kennisdeling, maar bevat zelf geen migratieplanning of budget voor een overstap.
Voor inkopers ontstaat daarmee een concretere plek om hergebruik, onderhoud en overstapbaarheid te bespreken. Voor leveranciers die aan publieke organisaties verkopen, wordt relevant hoe hun software kan worden aangepast en wie die na een overstap kan blijven ondersteunen. Of de afspraak de markt echt verandert, hangt af van hoe deelnemende organisaties hun OSPO-functies invullen en of die werkwijze later terugkomt in concrete inkoopkeuzes.
Veelgestelde vragen
Software die je kunt doorbouwen
Ik denk met je mee, ontwerp, bouw en automatiseer de oplossing van eerste idee tot livegang, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.

