Muse Wonder en Muse Wonder Full komen vandaag beschikbaar via Meta Model API en Muse Code; Full werkt alleen met een Muse Code-abonnement, meldt Meta.
De modelkeuze brengt meteen een prijs- en toegangsverschil mee: teams kunnen Wonder per token via een API-koppeling gebruiken, terwijl Full achter een maandelijks Code-abonnement zit. De routes verschillen ook in gebruikslimieten en omgang met bedrijfsdata.
De modelkiezer krijgt twee varianten
Meta’s modelcatalogus zet de twee routes uiteen: Muse Wonder is beschikbaar via de API en Muse Code, terwijl Full alleen in Muse Code zit; de API biedt Wonder alleen in Standard-modus. Muse Wonder gebruikt model-id muse-wonder-1.0; Muse Wonder Full gebruikt muse-wonder-full-1.0. Meta’s modelpagina geeft beide een contextvenster van 1.048.576 tokens.
De API accepteert tekst, beeld, video, audio en pdf voor Muse Wonder en levert tekst als uitvoer. Meta beschrijft Wonder als geschikt voor lange codeertaken en agenten die hulpmiddelen aanroepen, werk verdelen over subagenten en na fouten verdergaan. De Model API staat nog in openbare preview en ondersteunt bestaande OpenAI SDK-clients.
De lancering is een modelstap binnen Meta’s aanbod voor ontwikkelaars. Op 28 september noemde Meta Muse, Meta Business Agent, Muse API en Muse Code als onderdelen van de Enterprise Platform-productlijn, zonder prijs of startdatum voor het overkoepelende aanbod. Dit nieuws gaat over de modellen die teams via API of Muse Code kunnen gebruiken. De terminalagent zelf is sinds de eerdere bèta ook verder uitgebouwd: Muse Code begon in augustus voor macOS en Linux met afrekening per token.
Wonder kost evenveel als Opus 5.5
Meta’s prijslijst rekent per miljoen tokens 4 dollar voor invoer, 20 dollar voor uitvoer en 0,20 dollar voor gecachete invoer. Lange context kost geen extra tarief; webzoeken kost 2,50 dollar per duizend opdrachten. Bij 10 miljoen invoer- en 2 miljoen uitvoertokens per maand komt het basistarief uit op 80 dollar. Muse Spark 1.3 kost voor hetzelfde volume 21 dollar: 1,25 dollar per miljoen invoer- en 4,25 dollar per miljoen uitvoertokens, gelijk aan de prijs van zijn voorganger.
De API-prijs plaatst Wonder naast Claude Opus 5.5: Anthropic vermeldt voor Opus hetzelfde tarief van 4 dollar invoer en 20 dollar uitvoer per miljoen tokens. TechCrunch schrijft dat de API-prijs ongeveer overeenkomt met die van GPT-6 Sol en Claude Opus 5.5. Voor Wonder biedt Meta op de Model API geen goedkopere Contributor-variant.
De scorekaart meet afgeronde werkstromen
Meta’s modelkaart meldt 45,4 procent voor Wonder Full en 39,1 procent voor Wonder op AutomationBench-AA, een test van zakelijke werkstromen in een gesimuleerde applicatie. GPT-6 Astra scoort 41,6 procent en Claude Opus 5.5 41,2 procent. De test komt van Artificial Analysis en gebruikt een strikte pass@1-meting: alleen een workflow die alle eindvoorwaarden haalt, telt als geslaagd.

Op deze test ligt Wonder Full boven de genoemde vergelijkingsmodellen; Wonder zelf blijft eronder. Dezelfde modelkaart zegt dat de modellen met maximale redeneersinspanning zijn getest en dat concurrentruns waar nodig best-effort zijn, zonder optimale afstemming. De kaart noemt fouten bij nieuwe meerstapssituaties als bekende beperking en raadt menselijke controle aan bij onomkeerbare acties. De test meet dus een afgebakende set workflows, niet het slagingspercentage in een Nederlands bedrijfsproces.
Geheugen brengt datakeuzes mee
Meta noemt Active Memory en Active Focus als kenmerken van de Wonder-reeks: die functies moeten relevante context uit eerdere gesprekken ophalen en het model laten doorwerken als de eerste aanpak vastloopt. Alexandr Wang vertelde Axios dat de geheugenfunctie informatie over dagen, weken en maanden moet meenemen, zodat gebruikers een agent niet telkens opnieuw hoeven uit te leggen wat belangrijk is. Voor zakelijke toepassingen maakt dat de instellingen rond bewaarde context en gebruikersdata onderdeel van de productkeuze.
Meta’s abonnementspagina noemt vier Muse Code-plannen: 5 dollar per maand voor Everyday Usage, 15 dollar voor High Usage, 50 dollar voor Power Usage en 200 dollar voor Maximum Usage. Het instapplan biedt volgens Meta 10 tot 50 prompts per vijf uur; High Usage geeft vijf keer zoveel gebruik, Power twintig keer en Maximum tachtig keer. Wonder is in alle plannen beschikbaar; Wonder Full alleen in Power en Maximum. De abonnementen zijn gekoppeld aan een Meta-account en de API-sleutel die Muse Code aanmaakt.
Die abonnementen starten standaard in Contributor-modus: prompts, code, bestanden, context en modelantwoorden kunnen dan worden gebruikt om toekomstige modellen te trainen. De instelling is uit te zetten. De API-versie van Wonder staat alleen in Standard-modus, waarin Meta de inhoud niet voor modeltraining gebruikt. Meta zegt dat abonnementsvoordelen per regio kunnen verschillen en tijdens het aanmelden worden getoond.
Het geografische gebruiksbeleid van Meta beperkt toegang tot landen waar de dienst is ingeschakeld en laat beschikbaarheid veranderen. Daardoor is “vandaag beschikbaar” geen algemene garantie voor iedere organisatie of elk abonnement.
De Enterprise Platform-aankondiging zette de zakelijke productlijn neer, terwijl deze release concrete modeltoegang toevoegt via twee aparte routes. Wonder biedt een per-tokenoptie tegen hetzelfde standaardtarief als Opus 5.5; Full vraagt een Muse Code-abonnement en scoort hoger op de genoemde werkstroomtest. Voor Nederlandse teams komt de praktische vergelijking daarmee neer op modelvariant, maandbudget, gebruiksgrenzen en de gekozen trainingsmodus.
Veelgestelde vragen
Van model naar werkende agent
Ik denk mee over de model- en datakeuze, ontwerp de oplossing en realiseer en automatiseer die end-to-end, op je eigen infrastructuur waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.

