De cloud is niet duur geworden. Hij was altijd duur voor precies dat wat de meeste bedrijven erin draaien: een vlakke, voorspelbare last die niet in pieken groeit maar in maanden. Toch voelt die rekening jarenlang niet duur, en dat is geen toeval. Er zit gratis rekenkracht in het begin, een introductiekorting op je eerste contract, een migratiebudget dat de leverancier maar al te graag betaalt. Pas als dat op is, zie je de echte meter draaien. En steeds meer bedrijven die allang gemigreerd waren, kijken dan naar dat bedrag en halen hun spullen terug naar eigen hardware. Dat heet cloud-repatriëring, en het is geen anti-cloud-rage. Het is een rekensom die eindelijk klopt.
Mijn stelling is simpel. "Betalen voor wat je gebruikt" is een zegen zolang je gebruik onzeker en piekerig is, en een straf zodra het voorspelbaar en blijvend wordt. De cloud verkoopt flexibiliteit. Wie die flexibiliteit niet meer gebruikt, betaalt er nog steeds voor, elke maand opnieuw. Repatriëring is het moment waarop een bedrijf dat doorheeft.
Dit is nadrukkelijk niet de vraag of je iets op een eigen server of in de cloud bouwt bij een nieuw project. Die keuze maak je vooraf, met veel onzekerheid en weinig gegevens. Repatriëring is iets anders: het is de herziening van een keuze die je al jaren geleden hebt gemaakt, nu je precies weet hoe je last eruitziet en wat hij kost.
De kostencurve loopt precies andersom dan beloofd
Begin bij het bekendste voorbeeld. Toen 37signals, het bedrijf achter Basecamp en HEY, in 2023 de publieke cloud verliet, deed het dat niet uit principe maar met een spreadsheet. Het bedrijf draaide een jaarlijkse cloudrekening van rond de 3,2 miljoen dollar, en oprichter David Heinemeier Hansson rekende voor dat de overstap naar eigen servers zeven miljoen dollar over vijf jaar zou schelen, zonder het team ook maar één persoon kleiner te maken.
Dat cijfer is geen toeval, het is het mechanisme. 37signals draait een stabiele, voorspelbare last: dezelfde applicaties, dag in dag uit, zonder wilde pieken. Op een meter die per seconde afrekent, wordt die stabiliteit belast tegen premium flexibiliteitstarieven die je nooit nodig had. Daar bovenop komen de posten die niet op de brochure staan: capaciteit die je hebt gereserveerd maar niet gebruikt en toch dag en nacht betaalt, en egress-kosten die je laten betalen om bij je eigen data te komen. Bij een piekerige start is dat allemaal redelijk. Bij een volwassen, vlakke workload betaal je huur voor een auto die altijd op dezelfde weg rijdt.
De echte prijs staat achter de gratis credits
Waarom voelt die rekening dan zo lang niet duur? Omdat de eerste jaren zijn ingericht om dat te verbergen. AI- en cloudleveranciers overbieden elkaar met gratis rekenkracht voor startups, niet uit vrijgevigheid, maar omdat gratis credits de goedkoopste manier zijn om een architectuur aan je platform te lassen voordat iemand de echte prijs heeft gezien. Tegen de tijd dat de credits en introductiekortingen verlopen, staat je hele bedrijf op hun diensten, en staat de meter op catalogusprijs.
De cijfers achter die margehap zijn stevig. Durfinvesteerder Andreessen Horowitz, allesbehalve een anti-cloud-partij, toonde al dat vastgelegde clouduitgaven bij beursgenoteerde softwarebedrijven gemiddeld de helft van hun kostprijs opslokten. Dropbox bespaarde volgens hetzelfde onderzoek zo'n 75 miljoen dollar in twee jaar door zijn opslag van de publieke cloud terug te halen. En vertrekken zelf is óók belast: de egress-kosten die je betaalt om je data eruit te trekken, zijn een uitstaptaks. Dat het een hefboom is en geen echte kostenpost, gaf Google eigenlijk zelf toe toen het de kosten schrapte om je data naar een concurrerende clouddienst te verhuizen. Een tol die verdwijnt zodra de toezichthouder meekijkt, was nooit bedoeld om kosten te dekken.
De echte fout is dat je de keuze als permanent behandelt
Hier zit de kern, en het is een houding, geen technisch probleem. De meeste bedrijven kiezen één keer voor de cloud, meestal in een fase van onzekerheid en snelle groei, en herzien die keuze daarna nooit meer. De workload verandert, de last wordt vlak en voorspelbaar, maar de aanname "wij zitten in de cloud" blijft staan als een tatoeage.
Dat een keuze zonder uitweg geen keuze is, begint zelfs door te dringen bij de overheid: de rijksoverheid verplicht sinds kort een exitplan bij elk gebruik van publieke cloud. Voor het MKB is de les dezelfde, alleen zonder de dwang. Reken je cloudrekening niet één keer door bij de start, maar elk jaar opnieuw, met de vraag: is mijn gebruik nog onzeker genoeg om deze flexibiliteit te rechtvaardigen? Vaak is het antwoord al jaren nee.
Om eerlijk te zijn: de cloud verdient beter dan zijn karikatuur
En toch moet ik de andere kant haar sterkste vorm geven, want anders wordt dit een preek. De auteurs die de "trillion dollar paradox" muntten, diezelfde Andreessen Horowitz, zeggen er expliciet bij dat hun stuk géén pleidooi voor repatriëring is: het is een complexe beslissing die per bedrijf anders uitvalt. Ze hebben gelijk. Voor onzekere, piekerige, vroege-fase workloads is de cloud niet duur maar juist goedkoop. Je betaalt alleen de piek die je nodig had, en je hoeft geen hardware te kopen die je misschien nooit vult.
Repatriëring is bovendien niet gratis. Je neemt onderhoud, beveiliging en beschikbaarheid er zelf bij, en die last verdwijnt niet omdat hij niet meer op een maandfactuur staat. Zelfs bij AI blijkt zelf hosten lang niet altijd goedkoper dan een cloud-API zodra je alle verborgen kosten meerekent: een dure GPU die staat te niksen kost ook geld.
Maar dat is precies het punt. Repatriëring is geen ideologie tégen de cloud, het is de erkenning dat de rekensom niet stilstaat. De workload die drie jaar geleden onzeker was, is nu je vaste kern. De cloud was toen goedkoop en is nu duur, om exact dezelfde reden: hij rekent flexibiliteit af, en jij hebt die flexibiliteit niet meer nodig. Wie terugkeert, geeft niet toe dat migreren een fout was. Hij geeft toe dat de situatie is veranderd, en handelt ernaar.
Tot slot
De cloud is niet je vijand en eigen hardware is geen thuiskomst. Het zijn allebei instrumenten, en het enige dat telt is of het instrument nog past bij de last die je erop legt. De bedrijven die nu hun workloads terughalen, hebben geen fout gemaakt door ooit te migreren. Ze zouden pas een fout maken als ze die keuze nooit meer durfden open te breken.
Behandel je infrastructuur daarom niet als een tatoeage, maar als een contract dat je periodiek herziet. Reken het door op de dag dat de credits verlopen, niet op de dag dat je tekent. Want de duurste cloudrekening is niet die van deze maand. Het is die van de maand waarin je nog altijd flexibiliteit betaalt die je al jaren niet meer gebruikt.
Veelgestelde vragen
Reken je infrastructuur opnieuw door
Ik denk met je mee over waar je software het beste draait, ontwerp de overstap en bouw hem end-to-end, self-hosted waar dat slim is. Zo betaal je niet langer voor flexibiliteit die je al jaren niet meer gebruikt.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
