Als een advocaat me vraagt of hij ChatGPT mag gebruiken, gaat het gesprek bijna meteen over de AVG. Mag deze data erin, staat er een verwerkersovereenkomst tegenover, waar draaien de servers. Stuk voor stuk terechte vragen. Alleen zijn het de verkeerde vragen om mee te beginnen.
Want voor een advocaat is het zwaarste risico van een generieke AI-tool geen datalek. Het is de stille erosie van zijn beroepsgeheim. En dat is een striktere, aparte norm die geen enkele verwerkersovereenkomst voor je afvinkt.
Voor de meeste bedrijven is de kernvraag bij AI: voldoe ik aan de AVG? Voor een advocaat ligt de lat hoger. Naast de AVG geldt de geheimhoudingsplicht uit artikel 11a Advocatenwet en het verschoningsrecht dat daaraan vastzit. Die norm beschermt niet alleen persoonsgegevens, maar alles wat een cliënt je toevertrouwt, en hij komt in gevaar op het moment dat die informatie je controle verlaat.
Dat is mijn stelling. Wie als kantoor alleen de AVG afvinkt en denkt dat hij daarmee gedekt is, beschermt de gegevens en vergeet het vertrouwen.
De AVG en het beroepsgeheim beschermen niet hetzelfde
De AVG gaat over persoonsgegevens. Je hebt een grondslag nodig, een helder doel en, zodra je data deelt met een AI-leverancier, een verwerkersovereenkomst. Dat verhaal ken je misschien: het echte AVG-risico van AI is dat het niet in het model zit, maar in de rommelige dataomgang eromheen. Belangrijk om op orde te hebben, maar voor een advocaat is het niet de hele lat.
Het beroepsgeheim is breder. Het dekt alles wat een cliënt in vertrouwen deelt: niet alleen zijn naam of BSN, maar de strategie in een overname, de zwakke plek in een verweer, een bekentenis, en zelfs het kale feit dát iemand cliënt is. Veel daarvan is helemaal geen persoonsgegeven in de zin van de AVG. Je kunt een tool dus volledig AVG-conform inzetten en tegelijk je geheimhoudingsplicht schenden, simpelweg omdat de twee normen een andere reikwijdte hebben.
Een voorbeeld maakt het scherp. Dat een bekend bedrijf bij jou aanklopt over een op handen zijnde reorganisatie is misschien nauwelijks een persoonsgegeven, maar het is wel precies het soort informatie waarvan de hele waarde in de geheimhouding zit. Lekt dat via een tool, dan valt er formeel misschien niets als datalek te melden, terwijl de schade voor de cliënt maximaal is. Het datalek-kader kijkt de verkeerde kant op.
En de geheimhoudingsplicht is geen passieve regel. Gedragsregel 3 maakt vertrouwelijkheid een actieve plicht om passende maatregelen te nemen voor je dataverwerking en -opslag. Niets doen en hopen dat de leverancier het wel goed regelt, is dus zelf al een tekortkoming.
Het verschoningsrecht is van je cliënt, niet van jou
De verwarring wordt nog groter bij het verschoningsrecht. Dat is niet het recht van de advocaat persoonlijk, maar van de cliënt, vastgeknoopt aan de geheimhoudingsplicht van artikel 11a. Het bestaat zodat een burger, ook een verdachte, alles tegen zijn advocaat kan zeggen zonder dat het later tegen hem gebruikt wordt.
Dat recht rust op een stilzwijgende aanname: de informatie blijft binnen de vertrouwensrelatie. Zodra een vertrouwelijk stuk naar een externe AI-dienst gaat, staat er een derde partij tussen die je niet beheerst. Een gratis of publieke tool traint standaard op wat je invoert, er is geen verwerkersovereenkomst, en de data kan buiten de EU landen.
Zelfs een keurige zakelijke tool met verwerkersovereenkomst dekt vooral de AVG-kant af, niet automatisch de vraag of het verschoningsrecht standhoudt wanneer die leverancier onder een buitenlandse bevoegdheid valt. Een Amerikaanse aanbieder blijft aanspreekbaar onder Amerikaans recht, ook als de servers in Frankfurt staan. De juridische vraag verschuift dan van "is dit AVG-conform?" naar "kan ik hardmaken dat deze informatie mijn muren nooit heeft verlaten?". Dat is een veel zwaardere bewijslast, en die ligt bij jou.
Denk aan wat er gebeurt als het verschoningsrecht ooit echt op de proef wordt gesteld, bij een inbeslagname of een vordering. De vraag die dan telt, is of de vertrouwelijke informatie zich binnen de kring van de verschoningsgerechtigde bevond. Een kopie van datzelfde stuk op de servers van een leverancier die je niet beheerst, maakt dat antwoord op zijn best onzeker. Je hebt dan geen datalek nodig om in de problemen te komen: het enkele feit dat de informatie ergens anders staat, kan de bescherming al uithollen.
De verantwoordelijkheid kun je niet mee-uploaden
De beroepsorganisatie is hier inmiddels expliciet over. De NOvA raadt kantoren in haar eind 2025 gepubliceerde aanbevelingen aan om geen vertrouwelijke of cliëntgegevens in publieke AI-modellen te voeren, de cliënt vooraf om toestemming te vragen voor AI in zijn dossier, en te weten in welk land en bij welke onderaannemers de data belandt. De rode draad: de advocaat blijft eindverantwoordelijk.
Dat is precies waar het knelt. Je draagt die verantwoordelijkheid over een systeem dat je niet kunt inzien. Een AI-tool werkt in de praktijk vaak als een black box waarvan je de datastromen niet kunt volgen. Je kunt een plicht die op jou rust niet uitbesteden aan een leverancier wiens werking je niet kent. Zonder zicht op waar je invoer heen gaat en hoe lang die bewaard blijft, kun je een tuchtcollege of een cliënt achteraf ook niet laten zien dat het stuk binnen je muren bleef.
En de praktijk loopt voor op het beleid. Het is geen theoretisch scenario meer: routinewerk verdwijnt bij zes grote kantoren al naar AI, en breder blijkt dat een op de vijf werknemers zelf AI-tools aanschaft buiten het zicht van de werkgever. De junior die een passage uit een processtuk in gratis ChatGPT plakt om er even snel een samenvatting van te maken, denkt dat hij tijd wint. Hij zet ondertussen het fundament onder de zaak op straat. Dit raakt trouwens niet alleen de veiligheid: voor kenniskantoren is AI geen productiviteitstool maar een verschuiving in het verdienmodel zelf, en de omgang met vertrouwelijkheid hoort daar middenin.
Om eerlijk te zijn
Nu zul je zeggen: dit is bangmakerij. Serieuze kantoren voeren echt geen complete dossiers aan gratis ChatGPT, en er zijn stemmen die die vrees begrijpelijk maar niet terecht noemen. Enterprise-tooling met een verwerkersovereenkomst en Europese hosting lost dit toch gewoon op? En het Nederlandse beroepsgeheim is bovendien niet eens absoluut.
Dat klopt, deels. Een kantoor dat bewust een gesloten, Europees gehost systeem inkoopt, staat er beter voor dan een dat niets regelt. Maar drie dingen blijven staan.
Ten eerste zit het risico niet bij de partner die weloverwogen een gespecialiseerde tool koos, maar bij de schaduw-AI die niemand koos en niemand ziet. Ten tweede regelt enterprise-tooling de AVG-laag, maar niet vanzelf de verschoningsvraag: de bewijslast dat de informatie je kantoor nooit verliet, blijft van jou. En ten derde is juist dat "niet absoluut" het punt. Het beroepsgeheim wijkt alleen onder zeer uitzonderlijke omstandigheden, en dan beslist een rechter, na een zorgvuldige afweging. Niet een medewerker die op "akkoord" klikt in de voorwaarden van een leverancier.
Wat je echt beschermt
Het beroepsgeheim is geen vakje op een compliance-lijst. Geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht vormen het fundament onder het recht op een eerlijk proces, in het belang van de cliënt en van de rechtsstaat. Een cliënt die twijfelt of zijn woorden via een tool ergens anders terechtkomen, vertelt niet meer het hele verhaal. En een advocaat die het hele verhaal niet kent, kan zijn werk niet doen.
Daarom is de eerste vraag bij AI in een kantoor niet welke tool het snelst een samenvatting maakt. Het is of vertrouwelijke informatie het kantoor überhaupt verlaat. De AVG afvinken beschermt de gegevens. Het beroepsgeheim beschermt het vertrouwen. En een tool die je niet beheerst, kan geen plicht dragen die je niet mag uitbesteden.
Veelgestelde vragen
AI op je dossiers, zonder lek
Ik denk met je mee, ontwerp en bouw een AI-omgeving die op je eigen dossiers werkt en self-hosted blijft, zodat vertrouwelijke stukken je kantoor nooit verlaten. Van eerste idee tot een systeem dat live staat.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
