De Europese interne markt, ook bekend als de Europese eengemaakte markt, is de economische ruimte van de Europese Unie waarin grensoverschrijdend verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal wordt gefaciliteerd. Het doel is een gebied zonder interne grenzen of ongerechtvaardigde regelgevende belemmeringen, zodat burgers en bedrijven in andere Europese landen kunnen wonen, werken, ondernemen en diensten aanbieden. De interne markt ging op 1 januari 1993 van start na een reeks Europese besluiten die handelsbelemmeringen en verschillen tussen nationale regels moesten verminderen.
De markt omvat de 27 lidstaten van de Europese Unie en strekt zich via de Europese Economische Ruimte uit tot Noorwegen, IJsland en Liechtenstein. Zwitserland neemt niet deel aan de EER, maar heeft via bilaterale afspraken toegang tot de interne markt. De werking steunt onder meer op het afschaffen van douanerechten en kwantitatieve beperkingen, wederzijdse erkenning van technische regels en gemeenschappelijke normen. Daarmee vormt de interne markt het juridische en economische kader voor handel, dienstverlening en economische activiteit over de nationale grenzen van de EU heen.