UiPath brengt Maestro Flow uit, een orkestratielaag waarin een codeeragent als Claude Code, Cursor of Copilot het bedrijfsproces schrijft in één bestand dat volgens het bedrijf zonder herbouw of migratie in productie draait.
Daarmee mikt UiPath op de plek waar agentische automatisering meestal vastloopt: de vertaalslag tussen wat een ontwikkelaar in een middag in elkaar zet en wat de beheerorganisatie daarna mag draaien. Voor een team dat al UiPath-robots op zijn ERP, Salesforce of documentstroom heeft staan, verschuift daarmee het controlepunt. Het proces is niet langer een tekening in de ene tool plus losse code eromheen, maar één versiebeheerd bestand dat de agent schrijft, de ontwikkelaar visueel bijschaaft en de runtime uitvoert. Wie dat bestand reviewt, ziet precies wat er straks draait.
Eén bestand, drie plekken om het te schrijven
Een Maestro Flow is één .flow-bestand in een TypeScript-DSL, met validatie tijdens het compileren en versiebeheer via Git. Het serialiseert naar JSON, zodat een collega een wijziging beoordeelt zoals hij elke andere codewijziging beoordeelt. In dat ene model zitten de logica, de agents, de API-aanroepen, de documenten, de gebeurtenissen en de menselijke stappen bij elkaar.
Er zijn drie manieren om eraan te werken. Je installeert UiPath's skills uit GitHub zodat je codeeragent het platform begrijpt en beschrijft in gewone taal wat je wilt. Je gebruikt de VS Code-extensie, die ook Cursor en Windsurf bedient. Of je bouwt het in Studio Web in de browser, zonder installatie. Ondersteund bij de lancering zijn Claude Code, Cursor, GitHub Copilot en Codex; de productpagina zet Windsurf er ook bij. Alle drie de ingangen bewerken hetzelfde artefact, en daar zit de hele truc: er zit geen vertaalstap tussen prototypeformaat en productieformaat, tekent iTWire aan.
"Bedrijven hebben geen agentprobleem, ze hebben een orkestratieprobleem", zei chief product and technology officer Raghu Malpani bij de aankondiging. Een agent bouwen is nooit makkelijker geweest, aldus Malpani, maar een echt bedrijfsproces draaien over agents, robots, systemen en mensen heen vraagt een laag die bij elke stap kan bewijzen wat er gebeurde.
De governance zit in de runtime, niet ernaast
Onder Maestro Flow ligt durable execution: elke stap wordt vastgelegd, zodat de engine na een crash, een herstart of een API die vier uur wegvalt oppakt waar hij stopte in plaats van alles opnieuw te doen. Voor een langlopende aanvraag, een claim of een order die dagen beslaat, is dat het verschil tussen automatisering die je durft los te laten en een script dat je moet bewaken. UiPath bouwt dat op de opensource-engine Temporal, die horizontaal schaalt zonder containers om te beheren.
Daarbovenop zit tracing volgens de OpenTelemetry-standaard over elke node, uitleg per stap bij agentische beslissingen, en evaluatielussen voor en na een deploy. Zet je guardrails aan op een agentnode, dan screent die op persoonsgegevens en prompt-injectie tegen het beleid dat je organisatie centraal heeft vastgelegd. Dat is een ander verhaal dan monitoring die je er achteraf omheen bouwt, want de trace komt uit de runtime zelf.

Wat een preview van één dag nog niet bewijst
Maestro Flow staat in publieke preview; algemene beschikbaarheid komt volgens UiPath later. Voor Maestro Lite, de lichtere variant voor processen die geen zware bewaking nodig hebben, is nog geen prijs gepubliceerd, en orkestratie die per procesinstantie wordt afgerekend loopt bij volume hard op. Ontwikkelaars kunnen er meteen mee aan de slag, maar gemeten resultaten van Flow zelf bestaan nog niet.
Voor Maestro zelf bestaan ze wel. Telecombedrijf One NZ herbouwde zijn zakelijke mobiele provisioning erop, over Salesforce, Oracle en eigen systemen heen, en bracht een proces van ongeveer tien dagen terug naar minder dan tien minuten, met vijf weken tussen proof of concept en productie.
De bredere cijfers blijven ongemakkelijk. Gartner verwacht dat ruim veertig procent van de agentische AI-projecten voor eind 2027 sneuvelt door oplopende kosten, onduidelijke waarde en gebrekkige risicobeheersing, en schat dat van de duizenden leveranciers die zich agentisch noemen er maar zo'n 130 echt zijn. Dat pleit voor dezelfde volgorde die binnen een ERP ook werkt: laat een agent lezen, signaleren en voorstellen klaarzetten, en houd het wegschrijven in je systeem van record achter een menselijke goedkeuring zolang je data en functiescheiding niet op orde zijn.
Waar dit heen wijst
De verschuiving zit niet in de agents, maar in wie het canvas vasthoudt. Atlassian zette het toewijzen van codeerwerk neer in Jira, nadat eigen onderzoek liet zien dat het AI-gebruik onder ontwikkelaars met 65 procent steeg terwijl de snelheidswinst rond de 10 procent bleef. Snowflake trok toegang en budget naar de datalaag en liet naast zijn eigen agents ook Claude Code en Cursor door één poort met uitgavenlimieten. UiPath doet het nu bij het bedrijfsproces: dezelfde drie agents, een ander punt in de keten.
De test is smal en goed te stellen. Overleeft dat ene .flow-bestand de hele rondgang, van de agent die het schrijft naar de ontwikkelaar die het bijschaaft, de beheerder die het draait en de auditor die het leest? Vraagt een van die stappen om een export of een vertaling, dan valt de kernbelofte om. Tot de eerste organisaties die rondgang in productie laten zien, is dit een preview met een scherp verhaal en een engine eronder die al klantprocessen draagt.
Veelgestelde vragen
Van proces naar werkende keten
Een agent die een proces schrijft is één ding, een keten die je in productie durft te laten lopen is iets anders. Ik denk mee over hoe je proces eruit moet zien, ontwerp het, bouw de koppelingen en automatiseer het end to end, self hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
