AI-agentincidenten kwamen het afgelopen jaar voor bij 91% van 175 Nederlandse organisaties; slechts 34% van die groep kreeg een incident binnen 24 uur onder controle, blijkt uit ServiceNow-onderzoek.
Voor bedrijven die agents toegang geven tot klantgegevens, betalingen of productieprocessen wordt responstijd onderdeel van de uitrol. Een afwijkende actie kan pas worden begrensd als het team ziet welke agent handelt, over welke rechten die beschikt en wie de toegang kan intrekken.
De Nederlandse uitsplitsing telt 175 respondenten
De lokale cijfers verschenen op 28 oktober in het bericht over ServiceNow’s Nederlandse uitsplitsing van agentincidenten. Het gaat om de Nederlandse uitsplitsing van het internationale onderzoek dat ServiceNow op 20 oktober publiceerde. De eigen factsheet noemt 175 securityprofessionals uit Nederland en koppelt de 91% en 34% aan die respondentengroep.
Wereldwijd bevroeg ServiceNow samen met onderzoeksbureau Phronesis Partners ruim 3.700 senior security- en technologiebeslissers, op VP-niveau of hoger, in twintig landen. Bij 97% van de deelnemende organisaties lag de jaaromzet op minstens 250 miljoen dollar. De openbare samenvatting geeft geen aparte omzetverdeling voor de Nederlandse respondentengroep, dus de uitslag is geen meting van het hele mkb.
De internationale cijfers liggen dicht bij de Nederlandse uitsplitsing: 90% van de organisaties meldde een agentic-AI-beveiligingsincident en 36% van die groep kreeg het binnen 24 uur onder controle. Nederland komt uit op 91% en 34%. Dat verschil van één of twee procentpunten is klein, maar de publicaties geven geen onzekerheidsmarges waarmee een betekenisvol verschil kan worden vastgesteld.
Registratie en realtimezicht zijn aparte metingen
De internationale uitkomsten laten zien waarom een register en incidentrespons naast elkaar moeten staan. 57% van de organisaties zegt een volledige, actuele lijst van productieagents te hebben. Tegelijk vond 29% agenten in productie die niemand had geregistreerd of herkend. Ook zegt 76% een volledig en actueel beeld te hebben van de toegang van iedere agent, terwijl slechts 19% meer dan 90% van de agents in realtime kan zien. Twee derde kan bij afwijkend gedrag niet automatisch ingrijpen.
Die antwoorden meten verschillende dingen. Een register kan namen en eigenaren bevatten, terwijl een technisch overzicht van realtime acties ontbreekt. Voor een incident maakt dat verschil uit: een team kan een agent kennen, maar tijdens het onderzoek nog moeten uitzoeken welke systemen de agent bereikte en welke toegang ingetrokken moet worden. De wereldwijde vragenlijst laat dat onderscheid zien, maar deze cijfers zijn niet de Nederlandse uitsplitsing.
ServiceNow en Red Hat meten verschillende gaten
ServiceNow verwacht AI Passport in Q4 2026 beschikbaar te maken. De enquête meet niet of die functie incidenten voorkomt of sneller indamt. De Q4-planning voor AI Passport bij ServiceNow is dus productcontext, geen bewijs dat incidenten verminderen.
Red Hat publiceerde op 27 oktober een onderzoek onder 1.400 CIO’s in veertien EMEA-landen: 86,7% vertrouwde op veilig agentbeheer, maar slechts 39,6% had volledig vertrouwen in het zicht op AI-datastromen. Die percentages meten vertrouwen en datainzicht, geen incidenten; ze zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar met ServiceNow. Ook bij Nederlandse CIO’s loopt vertrouwen in eigen agents voor op vertrouwen in controle en monitoring.
Bij een alarm hangt containment af van drie gegevens: welke agent handelde, welke toegang die had en welke acties die uitvoerde. Een audit trail die per agentactie vastlegt wie handelde, wat er gebeurde, wanneer en tegen welke kosten maakt die controle achteraf toetsbaar. De peiling laat niet zien welke technische aanpak het best werkt, maar maakt wel zichtbaar dat veel organisaties hun zicht en interventie nog niet als één proces meten.
Containment sluit de herstelvraag niet af
ServiceNow omschrijft de 34% als organisaties die een incident binnen 24 uur konden “contain”: onder controle brengen of de verspreiding ervan beperken. Techzine schrijft dat 34% het incident in die tijd oploste. Dat is een sterkere claim dan de primaire bron ondersteunt. Containment betekent niet automatisch dat systemen zijn hersteld, de oorzaak is gevonden of alle gevolgen zijn afgehandeld.
De cijfers komen uit zelfrapportage van senior beveiligingsprofessionals. De openbare factsheet en het persbericht specificeren niet welke incidenttypen meetellen, hoe ernstig ze waren of wanneer de termijn van 24 uur begint. De internationale steekproef bestaat grotendeels uit organisaties met minstens 250 miljoen dollar omzet; ServiceNow geeft geen aparte Nederlandse omzetverdeling. De uitkomst bewijst daarom niet dat 91% van alle Nederlandse bedrijven een schadelijk agentincident had.
ServiceNow’s persbericht presenteert naast de enquête ook het eigen Autonomous Security-aanbod. De uitkomsten van de peiling bewijzen niet dat die producten de incidenten voorkomen of de containment versnellen. Ze zijn gebaseerd op antwoorden van respondenten, niet op een onafhankelijke incidentregistratie of producttest.
De Nederlandse uitsplitsing geeft een lokale meetwaarde, maar geen verdeling naar bedrijfsgrootte, incidentsoort of ernst. Voor een organisatie die agents in klant-, financiële of productieprocessen inzet, blijft ook de tijd tussen detectie en containment relevant. Zolang definities en ernstverdeling ontbreken, zegt 91% vooral hoe vaak de respondenten incidenten melden, niet hoeveel schade er ontstond. Een volgende meting wordt beter vergelijkbaar als zij ook de grootte van organisaties, het type incident en het startpunt van de responstijd openbaar maakt.
Veelgestelde vragen
Agents onder controle
Ik denk mee over de grenzen van een agent, ontwerp de toegangs- en noodstoplaag en realiseer en automatiseer het systeem end-to-end, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
