Payward, het moederbedrijf van cryptobeurs Kraken, treedt toe tot Anthropics Project Glasswing en krijgt daarmee toegang tot Claude Mythos 5, het afgeschermde model dat softwarelekken opspoort. CoinDesk meldde de stap maandag.
Aan de gereedschapskist van een Nederlandse fintech, bank of handelsplatform verandert dat niets, en precies daar zit de inzet. De poort naar het sterkste verdedigingsmodel gaat open per categorie, niet per behoefte: de route die Payward gebruikte loopt via een Amerikaans besluit voor organisaties die daar kritieke infrastructuur draaien en verdedigen. Wie onder DORA aan De Nederlandsche Bank moet aantonen dat hij zijn digitale weerbaarheid op orde heeft, doet dat dus met zwakker gereedschap dan de Amerikaanse partijen in dezelfde keten.
Wat Payward met het model gaat doen
Het bedrijf zegt Mythos 5 de komende weken over zijn omgevingen uit te rollen, waarna het eigen securityteam de gevonden gaten beoordeelt en via de bestaande procedures dicht. Kwetsbaarheden die het model aantreft in externe open source software gaat Payward doorgeven aan de beheerders van die projecten, wat het effect groter maakt dan de eigen beurs.
Co-CEO Arjun Sethi vat de logica samen: een model leest elke regel code zoals een aanvaller dat zou doen, op machineschaal, zodat een fout boven water komt voordat iemand er een exploit omheen bouwt. Payward is het eerste cryptobedrijf dat in het programma zit.

Wie er wel binnenkomt en op welke grond
Project Glasswing begon op 7 april met elf oprichtende partners: Amazon Web Services, Apple, Broadcom, Cisco, CrowdStrike, Google, JPMorganChase, de Linux Foundation, Microsoft, NVIDIA en Palo Alto Networks. Anthropic zette er 100 miljoen dollar aan modeltegoeden tegenover, plus 2,5 miljoen dollar voor Alpha-Omega en OpenSSF en 1,5 miljoen voor de Apache Software Foundation, en liet ruim veertig extra organisaties toe die kritieke software bouwen of onderhouden. In juni kwamen daar ongeveer 150 organisaties in meer dan vijftien landen bij.
Toelating is dus geen inschrijving maar een uitnodiging, en de grond eronder is geografisch zodra het om Mythos 5 zelf gaat. Payward wijst op een besluit van de Amerikaanse overheid dat het model beschikbaar stelt aan Amerikaanse organisaties die kritieke infrastructuur draaien en verdedigen. Anthropic houdt vol dat het de toegang tot Mythos-achtige capaciteit verbreedt zodra de waarborgen daarvoor klaar zijn, zonder datum.
Die tweedeling loopt al maanden. Bij de eerste beperkingsronde in juni hielden securitybedrijven Dragos en Cisco hun toegang tot Mythos Preview terwijl het Europese cyberagentschap ENISA de zijne juist verloor, en werd niet uitgelegd hoe die keuze per deelnemer viel.
Vier dagen eerder vroegen veertig cryptobedrijven om precies dit
Op 13 augustus tekenden ruim veertig bitcoin- en cryptobedrijven, waaronder Coinbase, Block, BitGo, Blockstream en Anchorage Digital, een brief van het Bitcoin Policy Institute die AI-labs vraagt om vroege toegang tot de sterkste cybermodellen voor doorgelichte verdedigers. Het argument: de veiligheidsfilters die moeten voorkomen dat iemand malware schrijft, blokkeren net zo hard het werk van wie een lek wil vinden voordat een crimineel dat doet.
De brief noemt vijf eisen, van rekentegoed dat groot genoeg is voor een serieuze review tot een afgeschermde omgeving voor niet-openbare code en een directe lijn naar de securityteams van de labs. Vier dagen later is er één bedrijf uit die hoek binnen, via een route die met de brief niets te maken heeft.
Wat een verdediger zonder toegang wel in handen heeft
De afstand tot het afgeschermde model is kleiner dan de toegangsdiscussie doet vermoeden. Anthropic mat Mythos Preview in april op 83,1 procent op CyberGym tegen 66,6 procent voor Opus 4.6, de test waarin een model een kwetsbaarheid in broncode moet vinden en aantonen. Vier maanden later scoort GLM-5.3, waarvan Z.ai de gewichten twee weken achterhield omdat de exploitvaardigheid harder groeide dan gepland, op diezelfde test 84,5 procent. Beide cijfers komen van de makers zelf en de meetopstellingen zijn niet identiek, dus lees ze als orde van grootte, niet als ranglijst. Die orde van grootte zegt genoeg: het verschil tussen het model achter de poort en een model dat je zelf kunt draaien wordt in maanden gemeten.
Aan de toezichtkant is de beweging al ingezet. Toen de Canadese toezichthouder OSFI eind april Claude Mythos bij naam als cyberrisico doorgaf aan de grootbanken, kregen die er meteen concrete sound practices bij: sneller herkennen, sneller beperken, sneller reageren. Dat is de meetlat die ook zonder frontier-toegang haalbaar is, en het is de meetlat waarop DNB onder DORA sinds 17 januari 2025 naar Nederlandse instellingen kijkt.
De lijn loopt niet meer tussen tech en niet-tech
Glasswing groeide in vier maanden van elf oprichters naar ongeveer tweehonderd deelnemers, en de nieuwste toetreder is geen chipmaker of clouddienst maar een handelsplatform. Daarmee verschuift de scheidslijn: niet tussen technologiebedrijven en de rest, maar tussen partijen met een Amerikaanse toelatingsroute en partijen die het met het openbare tier moeten doen.
Zolang aan Europese kant geen equivalent van die route bestaat, is het dichten van dat verschil geen inkoopvraag. Het zit in hoe snel je patcht, hoe precies je weet welke code en welke afhankelijkheden je draait, en welk model je op eigen hardware kunt zetten als het afgeschermde model nooit jouw kant op komt.
Veelgestelde vragen
Zelf draaien waar het kan
Als de sterkste modellen achter een toelatingspoort blijven, wordt het verschil gemaakt door wat je zelf in handen hebt. Ik denk mee over die keuze, ontwerp de opzet en bouw hem af, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
