Nvidia H100-huurprijs stijgt in een maand met 21,89 procent naar 3,28 dollar per uur, meldt ChosunBiz op basis van Ornn, ondanks de komst van nieuwere AI-versnellers.
Voor een Nederlandse ondernemer die AI-inferentie afneemt, valt daarmee een bekende besparingsroute weg: een oudere GPU kiezen betekent niet automatisch een lagere rekening. De kostprijs van een productieomgeving hangt sterker af van beschikbare capaciteit en actuele vraag, juist wanneer de nieuwste kaarten niet genoeg leveren.
De stijging is een richting, geen vast tarief
Ornn plaatste op 7 september een grafiek waarin de H100 SXM op 3,28 dollar per GPU-uur staat, 0,59 dollar boven de waarde van een maand eerder. Op de eigen marktpagina staat voor de settlement van die dag echter 3,17 dollar en een stijging van 19 procent in dertig dagen, vanaf 2,66 dollar.
Dat verschil komt door het meetmoment. De Ornn-index is een volumegewogen gemiddelde van uitgevoerde huurtransacties in een voortschrijdend uurvenster, geen vaste cloudprijs van één aanbieder. De richting is wel hetzelfde: de H100-index staat hoger dan een maand eerder, maar de dagbewegingen zijn stevig. De index is daarom een signaal van prijsdruk, geen universele offerte voor elke Nederlandse cloudrekening.
Waarom een oude kaart weer duurder wordt
De H100 komt uit 2022, maar blijft bruikbaar voor AI-training en inferentie. Nvidia beschrijft de kaart zelf als een datacenter-GPU voor grootschalige training en inferentie, met 80 GB HBM3-geheugen. ChosunBiz schrijft dat de vraag naar real-time inferentie, training van kleine en middelgrote modellen en fine-tuning naar de H100 verschuift, omdat het aanbod van nieuwere Blackwell- en Rubin-versnellers de vraag niet volledig opvangt.

Een taak hoeft dus niet de nieuwste kaart nodig te hebben om toch capaciteit op te eisen. De H100 is breed geplaatst, de software eromheen is volwassen en aanbieders kunnen bestaande capaciteit opnieuw inzetten voor productiegebruik. Daardoor werkt ouder worden hier niet automatisch als prijsmechanisme.
De verhouding met nieuwere kaarten laat zien waarom de oude generatie aantrekkelijk blijft. In dezelfde Ornn-snapshot staat de H200 op 4,56 dollar per uur en de B200 op 6,75 dollar. De H100 kost daarmee ongeveer 72 procent van de H200-prijs en bijna de helft van de B200-prijs. Dat is nog steeds een verschil, maar het maakt de H100 niet goedkoop in absolute zin.
Downgraden koopt vooral beschikbaarheid
Het eerdere CoreWeave-signaal zat op contractniveau: CoreWeave verhoogde in juli de tarieven met ongeveer 25 procent en meldde dat ook oudere GPU-capaciteit voor de korte termijn uitverkocht was. De Ornn-index laat nu zien hoe zo'n verschuiving ook buiten één verhuurder zichtbaar wordt.
De index zegt niet dat elk contract morgen duurder wordt. Ornn meet alleen on-demand transacties; gereserveerde capaciteit en langlopende contracten vallen buiten de index. Voor een afnemer maakt dat onderscheid uit: een lopend meerjarig contract kan dezelfde prijs houden, terwijl een nieuwe productieomgeving direct met schaarse en beweeglijke tarieven te maken krijgt.
Jensen Huang noemt Nvidia-compute in zijn reactie fungibel, duurzaam en zeer verhuurbaar en spreekt van productieve bedrijfsmiddelen die omzet genereren. Dat is Nvidia's eigen framing, geen onafhankelijke waardering. Het marktgedrag maakt wel één grens duidelijk: de ouderdom van een GPU voorspelt de huurprijs niet meer zelfstandig.
Voor AI in productie verschuift de rekensom daarmee van alleen modelkeuze naar model, GPU-generatie, contractvorm en bezettingsgraad. Een H100 kan minder piekprestatie leveren dan een nieuwere kaart, maar is niet meer vanzelf de goedkope uitwijkoptie.
Veelgestelde vragen
AI-rekenwerk dat past
Ik denk mee over de juiste AI-architectuur, ontwerp de toepassing en bouw en automatiseer het hele traject, self-hosted waar dat kan. Zo blijven techniek, gebruik en rekenkosten samen beheersbaar.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
