Microsoft herschrijft zijn Responsible AI Standard voor agentische AI en zet er voor het eerst een apart hoofdstuk in voor de partij die AI van een ander inzet. Dat staat in het derde Responsible AI Transparency Report, dat het bedrijf op 1 september publiceerde.
Voor een Nederlands bedrijf met Copilot of eigen agents op Azure in productie verschuift daarmee vooral het bewijsmateriaal. Microsoft publiceerde sinds januari 2026 twintig application- en platformcards die per product beschrijven wat een systeem doet, waar de grenzen liggen, welke veiligheidsmaatregelen erin zitten en welke stappen de klant zelf moet zetten, en liet onder meer Microsoft 365 Copilot, Foundry, Copilot Studio en GitHub Copilot certificeren onder de AI-managementnorm ISO 42001. Dat is het soort leveranciersdocumentatie waar een AI Act-dossier om vraagt. Wat de wet bij de gebruiksverantwoordelijke neerlegt, menselijk toezicht, logbewaring en een actueel AI-register, verandert er niet door.
Kern-eisen per laag, scenario-eisen voor agents
De standaard is opnieuw ingedeeld langs de techniekstapel. Er zijn nu kern-eisen die altijd gelden per laag, dus voor modellen, platformdiensten en applicaties, plus scenario-eisen die alleen aanslaan in specifieke gevallen: frontier-modellen, agentische AI en gevoelige interacties. Chief Responsible AI Officer Natasha Crampton schrijft dat de standaard daarnaast is ingedeeld naar de rol die Microsoft per onderdeel speelt, als ontwikkelaar of als inzetter. Volgens het rapport kunnen de scenario-eisen daardoor sneller worden bijgesteld dan de standaard als geheel. Aan de herziening werkten ruim tachtig medewerkers uit meer dan dertig teams.
Agentische AI is dus een eigen scenario geworden, omdat agents geheugen bewaren, gereedschap aanroepen, data benaderen en namens gebruikers handelen. Microsoft trekt die eisen door naar zijn Security Development Lifecycle: dreigingsmodellering, beheer van agent-identiteiten, toegangscontrole, bescherming van geheugen, logging en betrouwbare afsluitmechanismen. Dat rijtje loopt bijna een op een mee met de vijf afspraken die vastliggen voordat een agent live gaat: mandaat, escalatiedrempel, sluitende logging, een geteste kill-switch en een mens met naam als eigenaar van de output.
De schaal staat er in cijfers bij. Tussen juli 2025 en juni 2026 gingen er ruim 450 beoordelingen van gevoelige toepassingen doorheen, waarvan meer dan dertig procent over agentische AI ging, naast bijna 2.500 beoordelingen van generatieve AI-functies en producten. Meer dan 3.000 engineers volgden interne sessies over dreigingsmodellering voor agentische systemen, en het beleidsteam analyseerde ruim honderd aangenomen en voorgestelde wetten om de eisen erop af te stemmen.

Wat Microsoft aanlevert, en wat van jou blijft
Naast papier staat er techniek in het rapport. Entra Agent ID is sinds april 2026 algemeen beschikbaar en geeft elke agent een eigen identiteit, met sjablonen waarin rechten, instellingen en controles vooraf vastliggen, plus Conditional Access, minimale rechten, aanmeld- en auditlogging en signalering van agents die niemand meer beheert. In juni kondigde Microsoft de Agent Control Specification aan, een open en leveranciersneutrale specificatie voor controles op vaste momenten in de levenscyclus van een agent: voor een modelaanroep, voor het uitvoeren van een tool en voor het teruggeven van een antwoord. Twee testframeworks kwamen open source uit. RAMPART, uit mei, zet bevindingen van red teams om in herhaalbare tests die in een pijplijn meedraaien. ASSERT, uit juni, vertaalt beleid in gewone taal naar uitvoerbare evaluaties en legt de uitslagen met tijdstempel en testversie vast in Foundry.
Het nieuwe deployer-hoofdstuk gaat over Microsoft zelf. Het legt vast wat het bedrijf moet doen wanneer het AI van derden inzet voor eigen medewerkers of op eigen websites, langs vier doelen: de onderliggende toepassing beoordelen, hem betrouwbaar uitrollen, problemen opsporen en erop reageren, en informatie leveren die verantwoorde inzet mogelijk maakt. Het is geen verplichting die naar klanten doorschuift en het verandert niets aan de verdeling waarin de gebruiksverantwoordelijke aansprakelijk is voor wat een agent in zijn naam doet, niet de leverancier van het model. Wel maakt het zichtbaar welke vragen Microsoft stelt voordat het een externe AI-toepassing aanzet, en die volgorde is bruikbaar voor wie dezelfde afweging maakt.
Een transparantierapport blijft zelfrapportage
De aantallen komen uit Microsofts eigen administratie en zijn niet extern getoetst. Het rapport noemt hoeveel beoordelingen zijn gedaan, niet hoeveel daarvan tot een afwijzing of een aanpassing leidden. Een onderdeel is wel door een externe partij gecontroleerd: de ISO 42001-certificering, die volgens het rapport onder meer geldt voor Microsoft 365 Copilot, Copilot Chat, Foundry, Security Copilot, Copilot Studio, GitHub Copilot en Copilot Health, beoordeeld via een gezamenlijk auditkader. Voor het AI-register en de risicoclassificatie die de AI Act van je vraagt is dat certificaat harder bewijs dan de cijfers eromheen.
Wat deze editie vooral markeert, is de verschuiving die Microsoft zelf benoemt: van een keuring voor de release naar governance die tijdens de rit doorloopt. Eisen vastleggen, controles toepassen op het moment dat de agent handelt, gedrag meten in productie en daarna bijstellen wordt een doorlopende lus. Dat is ook logisch, want een agent die geheugen opbouwt en er na de lancering gereedschap bij krijgt, is niet meer het systeem dat werd goedgekeurd. De leverancier levert daar de identiteiten, de controles en de logs voor. Het bewijs dat er in jouw organisatie ook echt iemand naar kijkt, blijft het deel dat je zelf produceert.
Veelgestelde vragen
Agents met aantoonbare grenzen
Ik help je van meedenken en ontwerp tot realiseren en automatiseren, zodat je agents een eigen identiteit, harde rechten en sluitende logs hebben die je later kunt laten zien. Self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
