AI levert volgens Gartner bij slechts 13 procent van de ondervraagde CIO’s al significante of transformerende bedrijfswaarde op, blijkt uit de enquête die het onderzoeksbureau op 19 oktober publiceert.
Zodra een AI-pilot naar productie moet, staat de zakelijke meetlat op tafel: welke tijdswinst, kwaliteit of kostenverlaging telt mee, wat kosten controle en herstel, en bij welke fout of uitgave stopt de toepassing?
Meer AI-toepassingen leveren niet vanzelf meer waarde
Gartner ondervroeg tussen mei en juli 2026 in totaal 2.002 CIO’s en technologiebestuurders voor zijn jaarlijkse CIO-onderzoek. De 13 procent slaat op respondenten die zeggen dat hun organisatie al significante of transformerende waarde uit AI haalt. Gartner schrijft daarnaast dat de kans op succes van een AI-toepassing één op vijf blijft. De publicatie legt niet uit welke grens voor succes is gebruikt. Dat cijfer betekent dus niet automatisch dat vier op de vijf pilots mislukken.
Het aantal toepassingen groeit intussen snel. Gartner-analist Alicia Mullery vertelde IT Brew dat het gemiddelde aantal AI-toepassingen tussen 2024 en 2025 met 400 procent toenam. Volgens dat artikel behoort 11 procent van de ondervraagde leiders tot de zogenoemde Vanguards: CIO’s bij organisaties die betere bedrijfsresultaten rapporteren en waarvan de CEO veel waarde in AI ziet. Die groep is een vergelijking binnen het onderzoek, geen maatstaf voor gegarandeerd rendement.
Stopcriteria horen bij pilots en productie
De verschillen tussen die Vanguards en de rest hangen samen met afspraken om te stoppen. Organisaties met richtlijnen om een AI-pilot niet naar productie door te zetten, behoren 2,3 keer zo vaak tot de Vanguards. Bij criteria om een AI-toepassing met te weinig waarde uit productie te halen, is die samenhang 2,6 keer. Toch zegt maar 31 procent van de CIO’s dat hun organisatie stopcriteria heeft voor pilots. Voor AI die al in gebruik is, meldt slechts 17 procent zulke regels.
Dat verband bewijst niet dat stopregels op zichzelf betere resultaten veroorzaken. Organisaties met duidelijke doelen kunnen ook op andere punten verder zijn met eigenaarschap, data of procesinrichting. Gartner publiceert in dit bericht niet welke meetlat de ondervraagde organisaties gebruiken of hoe streng hun stopgrenzen zijn.
Een bruikbare toets begint daarom vóór de proef. Bij factuurverwerking kan een team bijvoorbeeld de juistheid van uitgelezen velden, controleminuten, herstelwerk en kosten per correct verwerkte factuur naast de huidige werkwijze zetten. Leg ook vooraf vast welke fout onaanvaardbaar is, wanneer een mens moet ingrijpen en hoe het proces terugvalt op handmatig werk. Een pilot is zo te beoordelen aan de hand van een nulmeting, proefbatch, volledige kosten en een vooraf gekozen go/no-go.
AI-budgetten stijgen terwijl kosten onder druk staan
Gartner ziet de spanning ook in de financiering. 58 procent van de CIO’s zegt meer druk te voelen om met AI kosten te verbeteren. Tegelijk verwacht 51 procent dat AI de totale kosten van technologieoplossingen verhoogt. In de bijbehorende grafiek zegt 84 procent van de respondenten meer budget voor generatieve AI te verwachten, met een gemiddelde stijging van 31,4 procent. Voor agentische AI verwacht 76 procent meer financiering, gemiddeld 31,8 procent. De grafiek is gebaseerd op ongeveer 1.962 antwoorden, iets minder dan de 2.002 deelnemers aan de enquête.

Een stijgend budget is geen gemeten opbrengst. Voor een investering telt wat een afgeronde taak kost nadat modelgebruik, datawerk, koppelingen, menselijke controle, uitzonderingen en herstel zijn meegerekend. De vergelijking met de bestaande werkwijze voorkomt dat alleen het tarief per token of licentie als businesscase geldt.
Gartner toont geen apart Nederlands resultaat
Het persbericht geeft geen afzonderlijke Nederlandse deelsteekproef of landuitsplitsing. De 13 procent is dus geen Nederlands percentage. Een lokale vergelijking komt uit ABN AMRO’s onderzoek onder 615 Nederlandse organisaties: 80 procent van het mkb en 90 procent van de grote bedrijven gebruikt AI, maar structurele toepassing geldt voor respectievelijk 15 en 25 procent. De aantallen zijn niet rechtstreeks vergelijkbaar: Gartner vroeg CIO’s naar gerapporteerde waarde, ABN AMRO onderzocht AI-gebruik bij organisaties.
Gartner meldt ook dat organisaties met expliciete plannen om rollen voor samenwerking tussen mensen en AI-agents te herontwerpen 2,4 keer zo vaak tot de Vanguards behoren. Toch zegt maar 4 procent zulke plannen te hebben. Tegelijk verwacht 40 procent in 2027 meer IT-personeel, vooral in cybersecurity en data en analytics.
Voor leveranciers verandert tegelijk hoe die waarde wordt verkocht. AI-productiviteitswinst zet het uurtariefmodel van IT-dienstverleners onder druk en versnelt resultaatgerichte prijsafspraken, blijkt ook uit de Nederlandse marktbeweging die ABN AMRO beschrijft. Een opdrachtgever heeft daardoor belang bij een afgesproken uitkomst, kwaliteit en totaalprijs, ook wanneer een leverancier de AI bouwt of beheert.
De enquête laat zien dat AI-budgetten en aantallen toepassingen sneller groeien dan aantoonbare bedrijfswaarde. Voor een Nederlands bedrijf is Gartners 13 procent geen voorspelling van het eigen rendement, maar wel een reden om elke proef te koppelen aan een meetbare uitkomst, volledige kosten en een stopmoment. De resultaten van die proef bepalen of opschalen een volgende investering is of alleen meer gebruik.
Veelgestelde vragen
Van proef naar bewijs
Ik help je het proces en de meetlat scherp te krijgen, ontwerp de passende AI-route en realiseer die end-to-end, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
