VS Code 1.144 voegt beeldgeneratie in Copilot Chat, experimentele bediening van desktopapps en cloudautomatisering toe voor programmeerteams, meldt Microsoft in de stabiele release van 28 oktober.
Een ontwikkelteam kan daarmee een interfacebeeld maken, Copilot een lokale app laten bedienen of een repositorytaak op GitHub laten lopen terwijl de pc uitstaat. Elke route heeft eigen voorwaarden: beeldgeneratie kost tokens, Computer Use vraagt toestemming en cloudautomatisering vereist plan- en repositorytoegang.
Beelden komen vanuit Copilot Chat in het project
GPT Image 2.5 Flare is het standaardbeeldmodel voor Copilot. Het kan een beeld maken of een bestaand beeld aanpassen. Het resultaat verschijnt in de chat en wordt opgeslagen in de projectmap, ook midden in een programmeertaak. Dat past bijvoorbeeld bij een wireframe, achtergrond of pictogram waarvoor een ontwikkelaar anders naar een aparte toepassing zou moeten schakelen.
De publieke preview is beschikbaar voor Copilot Pro, Pro+, Business en Enterprise. Het beeldmodel wordt apart afgerekend van het taalmodel in de chat. GitHub publiceert tarieven per miljoen tokens: $5 voor tekstinvoer, $1,25 voor gecachte tekst, $8 voor beeldinvoer, $2 voor gecachte beelden en $30 voor beeldoutput. Eén AI-credit is $0,01, dus een miljoen beeldoutputtokens kost 3.000 credits. Dat is geen vaste prijs per afbeelding: die volgt het tokenverbruik, terwijl de documentatie geen standaard aantal tokens per beeld noemt.
Een zichtbare Made with AI-watermark staat standaard uit en is optioneel in te schakelen. Organisatie- en enterprise-eigenaren kunnen beeldgeneratie uitschakelen via Copilot-modelbeleid.

Computer Use bedient lokale desktopapps
Computer Use laat Copilot de stap zetten van code en chat naar een venster op de eigen computer. In VS Code is de functie experimenteel en werkt die in lokale Copilot-sessies op Windows of macOS. Als een taak desktopbediening nodig heeft, vraagt de agent toestemming. De gebruiker kan ook /computer on invoeren; de functie blijft actief totdat /computer off volgt.
Eenmaal ingeschakeld kan Copilot app-inhoud lezen, klikken, tekst invoeren en tussen vensters navigeren. Dat maakt werk in software zonder API, opdrachtregel of MCP-koppeling bereikbaar, zoals gegevens overzetten tussen oude bedrijfsapplicaties. GitHub waarschuwt dat een gewijzigde interface of vensterstand tot verkeerde klikken, invoer op de verkeerde plek of herhaalde acties kan leiden.
De status verschilt per Copilot-oppervlak. De VS Code-release noemt de functie experimenteel; de algemene GitHub-documentatie noemt haar een publieke preview voor Copilot CLI en de Copilot-app. GitHub adviseert de doelapp, rechten en uitkomst te controleren, vooral bij acties die gegevens wijzigen of anderen raken.
Cloudtaken lopen door op GitHub
Cloud Automations kunnen een taak op schema of na een repositorygebeurtenis starten. De preview is te beheren vanuit het Agents-venster en draait op GitHub-infrastructuur, ook als VS Code dicht is en de computer uitstaat. GitHub noemt onder meer het labelen van issues, het controleren van mislukte tests en het voorbereiden van release notes.
De VS Code-handleiding zegt dat de editorinstelling standaard aanstaat, maar voor cloudruns een geschikte private GitHub.com-repository, schrijfbevoegdheid en toegang via plan en organisatiebeleid vereist. GitHub noemt voor Copilot Automations de plannen Pro, Pro+, Max, Business en Enterprise en ondersteunt private en interne repositories. Een openbare repository staat in geen van beide voorwaardenlijsten.
Elke run verbruikt zowel GitHub Actions-minuten als AI-credits en wordt bij de maker van de automatisering in rekening gebracht. In VS Code zijn standaard geen hulpmiddelen geselecteerd. De cloudtaak gebruikt de gekozen repository, niet de lokale werkmap of niet-opgeslagen wijzigingen. Een taak die lokale bestanden of een ontwikkelomgeving nodig heeft, kan dus niet zonder meer naar GitHub worden verplaatst.
Cloudschema’s worden in UTC opgeslagen. Teams die een taak op een vast Nederlands tijdstip willen laten lopen, moeten de opgeslagen tijd controleren wanneer zomer- of wintertijd de lokale UTC-afwijking verandert.
Agentwerk krijgt drie uitvoerplekken
De nieuwe functies volgen op andere stappen in Copilots ontwikkelomgeving. Eerder werd modelroutering tussen lokale en cloudmodellen aangekondigd, met een lokaal voorbeeldmodel van 53 GB. Die route gaat over waar de modelberekening plaatsvindt; Computer Use gaat over welke desktopapp de agent mag bedienen. De mogelijkheden horen bij dezelfde werkomgeving, maar brengen andere gegevensstromen en instellingen mee.
Dezelfde release maakt ook Copilot Fusion algemeen beschikbaar met 30 procent korting tot 30 november, een afzonderlijke wijziging in modelkeuze.
OpenAI kondigde op 29 september Computer Use aan voor de Agents API. De API-tool laat ontwikkelaars agents bouwen die software bedienen; GitHub richt de VS Code-functie op de lokale computer van de ontwikkelaar. OpenAI koppelde de aankondiging aan herbruikbare Codex-cloudomgevingen en scans van gekozen GitHub-repositories, zodat beide leveranciers agentwerk uitbreiden van code naar de omgeving eromheen.
Voor Nederlandse teams bestaat deze release uit drie afzonderlijke keuzes: beeldgeneratie brengt tokenkosten mee, Computer Use vraagt lokale toestemming en cloudautomatisering verbruikt AI-credits plus rekentijd. De voorwaarden hangen af van het Copilot-plan, de repository, het organisatiebeleid en de toegekende hulpmiddelen. De functies voegen uitvoerplekken toe, maar bepalen zelf niet welke bedrijfsdata en acties daar thuishoren.
Veelgestelde vragen
Van agent naar werkproces
Ik denk mee over waar een agent past, ontwerp de workflow en realiseer de oplossing van eerste idee tot livegang. Waar het kan, bouw ik die op eigen infrastructuur.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
