Ramp laat zien dat de AI-uitgaven per medewerker bij de zwaarste gebruikers in augustus 9,7 procent dalen tot 7.205 dollar, terwijl de adoptie nauwelijks verder groeit, meldt het bedrijf.
Voor een Nederlands bedrijf verandert daarmee de AI-rekensom: een seatprijs vertelt wat toegang kost, maar niet hoeveel verbruik en aantoonbare output er achter die seat zitten. De augustuscijfers laten juist zien dat die drie grootheden uit elkaar kunnen lopen.
De index is gebaseerd op betalingen van ongeveer 70.000 bedrijven op Ramp. In augustus betaalde 56 procent van de klanten voor AI-producten, slechts 0,4 procentpunt meer dan in juli, schrijft TechCrunch. Dat is nog groei, maar wel veel minder dan de versnelling waarop modelmakers hun investeringen hebben gebouwd.
De zwaarste gebruikers remmen
De opvallendste beweging zit bovenaan. De mediane AI-uitgave per medewerker bij de bovenste 1 procent van de bedrijven daalt met 9,7 procent, van een later bijgestelde 7.976 dollar in juli naar 7.205 dollar in augustus. Het gaat om een maandbedrag.
Ramp waarschuwt zelf dat deze groep klein is, waardoor de schatting volatieler is dan die voor de mediaan of de bovenste 10 procent. De juliwaarde werd na binnenkomst van extra transacties bovendien omhoog bijgesteld. Deze reeks is dus bruikbaar als vroeg signaal, niet als exacte begrotingsnorm.
Goedkopere tokens, goedkopere modellen
Een deel van de daling komt door de prijs van AI zelf. De effectieve prijs per miljoen tokens is volgens Ramp 41 procent gedaald naar 0,68 dollar, tegen een piek van 1,15 dollar in maart. OpenAI en Anthropic hebben in de afgelopen maand meerdere tarieven verlaagd.
De extra vraag verschuift intussen naar goedkopere standaardmodellen, zoals GPT-5.6 Terra en de Sonnet-reeks van Anthropic. Ramp zegt dat frontiermodellen zoals Opus, Fable en Sol nog altijd een groot deel van het tokenverbruik dragen, maar niet meer vanzelf de standaardkeuze zijn. Een lagere rekening kan daardoor een lagere prijs betekenen, een andere modelmix, minder gebruik, of een combinatie daarvan.
Zomerdata met een duidelijke grens
Augustus is geen neutrale meetmaand. Ramp wijst op vakantieperiodes en zag eerder ook in november en december lagere AI-uitgaven. Vorig jaar vlakte de adoptiegroei volgens de index tussen augustus en oktober af, waarna die aan het einde van het jaar weer aantrok. Eén maand zegt dus weinig over de richting van de markt.
De methode begrenst de conclusie verder. Ramp meet Amerikaanse bedrijven die via zijn eigen platform betalen. Gratis AI-tools en gebruik via persoonlijke accounts komen niet in deze transactiedata terecht. Een officiële Census-enquête gebruikt bovendien een andere vraagstelling en steekproef voor AI-gebruik in bedrijven, waardoor de percentages niet één-op-één naast elkaar horen. Ramp waarschuwt ook dat zijn klantenbestand relatief technisch is. Dit is geen Nederlandse adoptiepeiling.
De nieuwe maandmeting sluit aan op het eerdere beeld dat maar 11 procent van de S&P 500-bedrijven AI-productiviteitswinst met cijfers onderbouwt. En de tokenindex die onlangs onder 0,97 dollar per miljoen tokens zakte liet al zien waarom een lagere marktprijs niet automatisch een lagere bedrijfsrekening oplevert.
De bruikbare vergelijking voor een Nederlands bedrijf bestaat daarom uit drie kolommen: seatprijs, werkelijk verbruik en gemeten output. Ontbreekt één van die drie, dan blijft een dalende AI-rekening moeilijk te duiden.
Veelgestelde vragen
Maak AI-uitgaven bestuurbaar
Ik help je AI-kosten te verbinden aan werkelijk gebruik en resultaat, van meedenken en ontwerp tot realiseren en automatiseren. Waar het kan bouw ik self-hosted, zodat je data en rekensom onder eigen beheer blijven.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
