Perplexity opent SPACE op 15 oktober onder Apache 2.0, zodat organisaties agentcode via een eigen API in geïsoleerde Firecracker-microVM’s op hun infrastructuur kunnen uitvoeren, zonder Perplexity-cloud.
Voor een Nederlandse organisatie verandert daarmee de keuze voor de uitvoeringslaag: SPACE kan binnen het eigen netwerk draaien, maar de organisatie beheert zelf Linux-hosts, KVM, netwerkregels en updates. De lokale installatiegids laat zien hoe SPACE zonder Perplexity-cloud in een eigen Kind-cluster draait.
Een sandbox, geen agent
SPACE is geen agent of model, maar de omgeving waarin agentcode draait. Een toepassing stuurt opdrachten naar de API en bepaalt welke uitvoer zij bewaart. SPACE maakt Linux-omgevingen met elk een eigen Firecracker-VM en schrijfbaar bestandssysteem. Binnen dezelfde sandbox kunnen meerdere opdrachten achter elkaar draaien.
Perplexity beschrijft drie lagen. De besturingslaag beheert sessies en bepaalt waar de sandbox draait. Diensten op de host houden toegangssleutels voor het platform buiten de VM en begrenzen uitgaand verkeer. Binnen de sandbox draait de code in een eigen besturingssysteem. Een taakomgeving kan na afloop verdwijnen, terwijl een sessie kan pauzeren, hervatten of zich vertakken naar meerdere sandboxes.
De sessielaag bewaart geheugen en bestanden in momentopnamen die elke minuut kunnen worden gemaakt en tot een week teruggaan. Daardoor kan een medewerker een lange taak onderbreken om een voorstel te controleren of informatie aan te vullen, zonder de hele omgeving opnieuw op te bouwen.
Voor Enterprise-klanten ondersteunt Perplexity eigen encryptiesleutels. Na intrekking van zo’n sleutel kunnen geen nieuwe sandboxes starten en kan bestaande, door de klant versleutelde data niet meer worden ontsleuteld. Sleutelbeheer krijgt daarmee een eigen plaats naast de VM- en netwerkgrenzen.
Zelf hosten vraagt eigen beheer
De installatiegids bouwt een lokale API op. Perplexity zegt daarnaast dat SPACE on-premises en volledig offline kan draaien. De repository publiceert de software onder Apache 2.0 en biedt een API om sandboxes te maken en te beheren.
De eerste beschreven installatie vraagt een Linux-host met x86-64, KVM en ondersteuning voor apt-pakketten. De machine heeft onder meer /dev/kvm, /dev/net/tun, loopapparaten, btrfs en een lokale Docker-daemon nodig die geprivilegieerde containers toestaat. Als Linux zelf in een virtuele machine draait, is geneste virtualisatie nodig. De gids werkt niet rechtstreeks op macOS. De lokale route gebruikt Kind, terwijl de repository ook een architectuur zonder Kubernetes beschrijft.
Zelf hosten houdt de uitvoeringsomgeving op eigen infrastructuur, maar bepaalt niet waar elk deel van een AI-proces plaatsvindt. Een agent kan nog steeds een externe modeldienst, pakketbron of bedrijfs-API aanroepen. De toepassing en de netwerkregels bepalen die verbindingen. Voor volledig offline gebruik moeten ook het model, de benodigde pakketten en de toegestane netwerkpaden binnen die grens blijven.
De cijfers komen van Perplexity
Perplexity zegt SPACE in tien weken te hebben gebouwd en het de afgelopen twee maanden intern te gebruiken. Het platform is beschikbaar in Computer voor alle gebruikers. In de week voor de aankondiging verwerkte het miljoenen sandboxcreaties en tientallen miljoenen herverbindingen. In een vroege proef op NVIDIA Vera liepen Computer-achtige taken ongeveer 1,5 keer sneller dan in de huidige productieomgeving; gelijktijdige sandboxstarts waren tot 1,9 keer sneller.
Dit zijn metingen van Perplexity zelf. De aankondiging noemt geen volledige benchmarkopstelling, aantal tests of spreiding van de resultaten. De verhoudingen zeggen daarom niet hoeveel sneller een Nederlandse organisatie haar eigen taken uitvoert.
Ook de beveiligingsresultaten komen uit een eigen evaluatie. Perplexity gaf negen modelconfiguraties roottoegang in de VM en liet ze proberen een hostgeheim te bereiken of een geblokkeerde netwerkbestemming te benaderen. In 108 pogingen werd geen VM-naar-host-uitbraak gezien. Bij een aparte test met beperkte netwerktoegang passeerden 11 van de 54 pogingen de netwerkregels via DNS-spoofing en routering via gedeelde IP-adressen. Perplexity zegt de gevonden routes te hebben verholpen; de hertest bevestigde geen van beide aanvalsmethoden. De resultaten maken twee grenzen zichtbaar: de VM schermt de host af, terwijl netwerkregels bepalen welk verkeer de sandbox verlaat.
Scannen en uitvoeren zijn andere lagen
De Codex Security CLI scant repositories op kwetsbaarheden; de Codex Security CLI en TypeScript-SDK kwamen in juli onder Apache 2.0 beschikbaar. SPACE doet iets anders: het biedt de geïsoleerde omgeving waarin een agent code uitvoert. Een scanner en een sandbox kunnen dus in dezelfde ontwikkelketen zitten zonder hetzelfde probleem op te lossen.
Ook voor agentuitvoering bestaan verschillende beheermodellen. Chainguard Workspaces draait codeeragenten in microVM’s en houdt toegangssleutels buiten de VM. Chainguard beschrijft werksessies waarin ontwikkelaars vijf of zes sessies parallel gebruiken. E2B biedt E2B Cloud, BYOC en een Embed-variant voor eigen hosting. Teams kunnen de runtime dus zelf beheren of een deel van de infrastructuur bij een aanbieder laten.
SPACE maakt de runtime achter Perplexity Computer beschikbaar als software die een organisatie zelf kan hosten. Daarmee verschuift de keuze naar wie de hosts, netwerkgrenzen, sleutels en updates beheert. De VM is één grens in die inrichting; de netwerkregels bepalen welke diensten bereikbaar zijn en het sleutelbeheer wie momentopnamen kan ontsleutelen.
Veelgestelde vragen
Agenten met eigen grenzen
Ik denk mee over de grenzen van je AI-agenten en ontwerp een runtime die past bij jouw infrastructuur. Daarna realiseer en automatiseer ik het hele traject, met eigen hosting waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
