Agents namen in juni 64 procent van alle uitvoertokens bij zakelijke OpenAI-klanten voor hun rekening, de rest ging naar gewone ChatGPT-gesprekken, meldt OpenAI in zijn nieuwe rapport Enterprise Signals.
Dat verandert het karakter van een AI-rekening. Een chatvraag kost een paar duizend tokens en stopt zodra het antwoord er staat. Een agent leest bestanden, roept gereedschappen aan, corrigeert zichzelf en werkt door tot de taak af is, en produceert daardoor veel meer uitvoer per opdracht. Wie AI begrootte als een vast bedrag per gebruiker per maand, krijgt er een variabele post bij die meebeweegt met het aantal opdrachten. Tegelijk verschuift de vraag wie waar bij mag: een chatbot leest wat je erin plakt, een agent heeft toegang tot je CRM, je bestanden en je mailbox nodig om iets af te maken.
Wat het cijfer wel en niet zegt
Het is een leverancierscijfer over de eigen markt, en de definitie is smal. OpenAI rekent alleen Codex, zijn codeeragent, als agentisch gebruik. De noemer bestaat uitsluitend uit de uitvoertokens van Codex en ChatGPT samen bij zijn eigen zakelijke klanten. Verkeer via de API valt erbuiten, andere leveranciers ook, en ChatGPT Work, dat OpenAI in hetzelfde rapport agentisch noemt, zit niet in de Codex-teller.
Er zit ook een mechanisch effect in. OpenAI schrijft zelf dat het getal zowel weerspiegelt hoe vaak Codex gebruikt wordt als hoeveel uitvoer die taken opleveren: meerstapswerk produceert nu eenmaal meer tekst dan een antwoord op een vraag. Het rapport zet er een expliciete waarschuwing bij, namelijk dat tokens een onvolmaakte maatstaf zijn voor zakelijke waarde, omdat een kort antwoord veel waard kan zijn en een lang antwoord weinig toevoegt. De meting loopt bovendien tot juni, terwijl het rapport op 12 augustus verscheen.
De koplopers lopen harder weg
OpenAI rangschikt zijn zakelijke klanten elke maand op uitvoertokens per actieve gebruiker. De bovenste 10 procent, die het frontier firms noemt, zat in juni op 8,3 keer zoveel tokens per gebruiker als de middenmoot rond de mediaan. In januari was dat nog 2,6 keer. Per sector loopt het verschil uiteen van 11,7 keer in informatie en technologie tot 5,3 keer in de industrie, terwijl het verbruik bij de middenmoot over het afgelopen jaar maar 1,9 tot 2,8 keer groeide.
Het verschil zit volgens het rapport vooral in gereedschap. Bij de koplopers gebruikt wekelijks 21 procent van de actieve gebruikers plug-ins en 19 procent skills, tegen 9 en 3 procent bij een doorsnee bedrijf. Binnen OpenAI zelf ligt het wekelijkse plug-ingebruik op 95 procent. Het zwaartepunt zit ook niet bovenin de organisatie: zes maanden na invoering stuurden medewerkers aan het begin van hun loopbaan 13 berichten per week meer dan bestuurders.
Agents lopen het kantoor binnen
Sinds februari groeide het aantal wekelijks actieve zakelijke Codex-gebruikers 108 keer in juridische functies, 41 keer in verkoop, 41 keer in werving en 26 keer in marketing, tegen 5 keer bij engineers. Die veelvouden komen wel van een lage basis: software was de eerste plek waar agents landden, dus daar was de groeiruimte het kleinst.
In een steekproef van ruim 10 miljoen berichten gaan coderen en het aansturen van systemen en agents samen op naar bijna 75 procent van alle agentische berichten. Bij werving betreft 32 procent van de berichten het aansturen van systemen en agents, bij verkoop 26 procent, bij beleid 25 procent en bij communicatie 24 procent. Dat is hetzelfde kantoorwerk waar ChatGPT Work op mikt, de agent die OpenAI in juli lanceerde en die zelfstandig uren aan spreadsheets, presentaties en documenten doorwerkt.

Wat er praktisch verschuift
Drie dingen veranderen zodra agents het werk doen in plaats van erover meedenken. De kostenraming gaat van een prijs per zitplaats naar een prijs per opdracht, waarbij het aantal stappen per taak de rekening bepaalt. De toegangsrechten worden breder, want een agent die een offerte moet opstellen heeft de bronnen nodig die een medewerker daarvoor zou openen. En het toezicht verschuift van meelezen naar nacontrole, omdat het resultaat een af document of een uitgevoerde actie is, geen suggestie.
Het rapport beschrijft dat de koplopers daar expliciete regels voor vastleggen: waar een agent mag werken, welke informatie hij mag inzien, wanneer hij zelf mag handelen, en welke zwaardere beslissingen een mens nakijkt. OpenAI voegt eraan toe dat die regels moeten meebewegen met wat een organisatie in echte uitrollen leert.
De rekening verschuift naar het aantal stappen
De beweging die OpenAI meet staat naast een tegenbeweging bij grote afnemers. Microsoft legde begin augustus zijn eigen engineers een tokenbudget op en maakte het goedkopere GPT-5.6 het standaardmodel voor intern gebruik. Adviesbureau Bain rekende eerder voor dat de prijs per token tussen december 2024 en december 2025 halveerde terwijl het verbruik 4,5 keer hoger lag, zodat de totale rekening toch opliep. Beide wijzen dezelfde kant op: het aantal stappen per opdracht is de bepalende variabele geworden, niet de prijs per token. Wat OpenAI de frontier gap noemt is daarmee twee dingen tegelijk, een verschil in hoe diep organisaties agents inzetten en een verschil in hoeveel rekenwerk ze bereid zijn te betalen. Welke van die twee zwaarder weegt, zegt het rapport niet.
Veelgestelde vragen
Agents met grip op kosten
Wil je agents inzetten zonder dat je rekening en je toegangsrechten uit het zicht raken, dan denk ik mee over de opzet, ontwerp ik de werkstroom en bouw ik hem, van eerste idee tot draaiend systeem. Self-hosted waar dat kan, met harde limieten en nacontrole er meteen in.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
