Een verbod op camerabrillen in de openbare ruimte moet het kabinet onderzoeken, vragen de CDA-Kamerleden Zwinkels en Straatman, nadat de Autoriteit Persoonsgegevens drie meldingen kreeg over stiekem filmen met zo'n bril.
Voor wie een winkel, kantoor, praktijk of horecazaak runt, verschuift daarmee een vraag die tot nu toe theoretisch voelde. De wet helpt je hier voorlopig niet: een bezoeker die met een camerabril je zaak binnenloopt, overtreedt op dat moment niets. Wat je wel hebt is je huisrecht. Wie regels wil over filmen op zijn eigen locatie moet die zelf opschrijven, en het moment daarvoor is nu de discussie loopt, niet nadat er beelden van je klanten of je personeel op sociale media staan.

Wat de Kamer precies vraagt
De vragen, met nummer 2026Z16715, gingen donderdag 6 augustus naar minister Van Weel van Justitie en Veiligheid en staatssecretaris Aerdts, met een reactietermijn van drie weken. Zwinkels en Straatman willen weten welke Nederlandse wetten gelden wanneer iemand met zo'n bril herkenbare personen filmt, geluid opneemt of dat materiaal publiceert. Ze vragen het kabinet ook te onderzoeken of dragers verplicht kunnen worden de bril af te zetten of te stoppen met opnemen zodra iemand in de buurt daar bezwaar tegen maakt.
Twee technische punten raken elke locatie met publiek. Het CDA vraagt of het kleine indicatielampje op het montuur wel goed genoeg zichtbaar is, en of stickers die zo'n lampje afplakken verboden moeten worden. Verder wil de partij een Europese ontwerpstandaard laten onderzoeken, met signalen bij foto, video en audio die duidelijk zijn en niet te omzeilen.
Het blijft niet bij één partij. D66-Kamerlid Sarah El Boujdaini stelde dat het in het openbaar duidelijk moet zijn wanneer je gefilmd wordt, en de toezichthouder zelf liet weten dat mensen vrij over straat moeten kunnen gaan zonder angst stiekem te worden gefilmd.
Waarom de AVG maar de helft afdekt
De Autoriteit Persoonsgegevens is helder over wie wanneer onder de privacywet valt. Maakt iemand foto's of filmpjes puur voor zichzelf, bijvoorbeeld als bezoeker van een festival, dan geldt de AVG niet: dat valt onder de huishoudelijke uitzondering, zolang het materiaal privé blijft of hooguit in een kleine kring wordt gedeeld. Zet diezelfde persoon het op een openbaar account, dan vervalt die uitzondering en is er een grondslag uit de AVG nodig, wat in de praktijk meestal neerkomt op toestemming van iedereen die herkenbaar in beeld staat.
Daar zit precies het gat. Zolang de drager filmt voor eigen gebruik is er geen verwerkingsverantwoordelijke om op aan te spreken, en jij als locatiehouder hebt geen privacywet om je op te beroepen. Dat is wat het CDA en de AP nu op tafel leggen: niet dat de regels ontbreken, maar dat ze de drager pas raken zodra hij publiceert.
Anders wordt het zodra de bril van of namens je bedrijf is. Een medewerker die er op de werkvloer mee rondloopt, maakt beelden in een zakelijke context, en dan is de AVG gewoon van toepassing. Voor beeld van je eigen personeel is toestemming meestal de enige bruikbare grondslag, en de AP wijst er nadrukkelijk op dat een werknemer die toestemming op elk moment mag intrekken, zonder reden, waarna je de beelden moet verwijderen. Tussen werkgever en werknemer bestaat een machtsverhouding, dus weigeren mag geen negatieve gevolgen hebben. Het patroon is bekend uit elk ander AI-dossier: het AVG-risico zit zelden in het apparaat of het model, maar in de rommelige manier waarop organisaties met persoonsgegevens omgaan.
Op je eigen locatie beslis jij
Je sterkste instrument is niet de privacywet maar je huisreglement. TivoliVredenburg liet dat in september 2025 zien. Nadat het Utrechtse poppodium een bezoeker had geweigerd die zijn camerabril niet wilde afzetten, nam directeur Jeroen Bartelse het verbod per direct op in het huisreglement. Een winkel, kantoortuin, sportschool, wachtkamer of restaurant kan precies hetzelfde doen: opnameapparatuur uitsluiten als toegangsvoorwaarde, zichtbaar bij de ingang, met personeel dat weet wat het moet doen als iemand weigert.
Drie dingen maken zo'n regel bruikbaar in plaats van symbolisch. Zet hem in je huisregels of algemene voorwaarden en niet alleen op een bordje bij de deur. Beschrijf het apparaat functioneel, dus draagbare apparatuur met een camera of microfoon, in plaats van bij merknaam, want de volgende generatie heet anders. En leg vast wie beslist bij een conflict, zodat een medewerker aan de deur niet ter plekke hoeft te improviseren.
Dat is dezelfde discipline die bij AI-tools op de werkvloer al nodig was, en waar de meeste bedrijven nog niet aan toe zijn gekomen: slechts 18 procent van de organisaties heeft een formeel beleid over AI-gebruik op papier staan. Een camerabril in je pand is dezelfde vraag in andere vorm, alleen loopt hij nu naar binnen in plaats van dat hij op een laptop staat.
Zeven miljoen brillen, en dit is het begin
De schaal verklaart waarom dit nu op de agenda staat. Ray-Ban- en Oakley-eigenaar EssilorLuxottica meldde in zijn cijfers over het vierde kwartaal van 2025 dat er ruim zeven miljoen slimme brillen zijn verkocht, ruim drie keer zoveel als een jaar eerder. Meta bracht daarna een eigen lijn uit die ongeveer honderd euro goedkoper is, Google en Samsung komen dit najaar met een Android XR-bril en Apple stelde zijn versie uit tot juni 2027, terwijl de Britse privacywaakhond al een onderzoek startte.
De vragen van het CDA gaan over de openbare ruimte, maar de plek waar het het snelst concreet wordt is de halfopenbare: de winkelvloer, de wachtkamer, de kantoortuin, het terras. Daar houdt geen wet de bril tegen, wel je huisrecht. Tot Den Haag antwoordt, en dat duurt zeker tot eind augustus, is elke locatie zijn eigen toezichthouder.
Veelgestelde vragen
Regels die zichzelf handhaven
Een regel over opnameapparatuur werkt pas als hij in je huisregels, je onboarding en je systemen staat in plaats van op een bordje. Ik denk mee over dat beleid, ontwerp de stukken en bouw of automatiseer de plek waar je ze vastlegt en bijhoudt, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
