AWS maakt Strands Harness open source onder de Apache 2.0-licentie, meldt het bedrijf, zodat ontwikkelteams dezelfde agentlaag lokaal of in elke cloud kunnen draaien en het model eronder kunnen wisselen.
Voor een Nederlandse organisatie verschuift daarmee een belangrijke architectuurkeuze: de werkstroom, het contextbeheer en de koppelingen hoeven niet meer vast te zitten aan de partij die het model levert. Dat maakt een overstap naar een ander model of een andere cloud technisch kleiner, terwijl de kosten voor het model zelf wel blijven doorwerken.
De laag die je kunt verplaatsen
Strands Harness is een kant-en-klare, algemene agent die bovenop de bestaande Strands Harness SDK draait. De software bevat onder meer bestands-, shell- en webtools, contextbeheer, geheugen, sessies, prompt caching en delegatie naar andere agents. AWS positioneert het nadrukkelijk als algemene agent, niet als codeerassistent.
De modelkeuze staat los van die laag. De aankondiging noemt Amazon Bedrock, Anthropic, OpenAI, Google, Ollama en LiteLLM als mogelijke aanbieders. De agent kan lokaal draaien of worden uitgerold in een Linux-container bij onder meer Modal, Cloudflare, Azure, Google Cloud, Amazon ECS of Bedrock AgentCore. Ook die laatste omgeving is volgens AWS optioneel.
De repository bevat een apart LICENSE.APACHE-bestand. Dat bevestigt de Apache License 2.0 voor de open-sourcecode. Voor teams die hun agentlaag zelf willen beheren, is dat meer dan een marketinglabel: de code, de uitvoeromgeving en de keuze van modelaanbieder kunnen in dezelfde architectuur bij elkaar blijven.

De kostenclaim zit in de harnaslaag
AWS zegt dat Strands Harness bij gebruik van hetzelfde Claude- of GPT-model over zes benchmarks 28 procent minder tokens gebruikt, met vrijwel gelijke scores. Volgens de aankondiging komt de winst vooral uit standaardinstellingen die toolresultaten boven ongeveer 1.500 tokens afkappen, de context boven 85 procent samenvatten en bij een overloop herstel proberen.
Op Terminal Bench 2.1 geeft AWS een concreter voorbeeld. In 89 proeven met Fable 5 kostte Strands Harness gemiddeld 56,29 dollar, tegenover 248,05 dollar voor Claude Code. De scores waren respectievelijk 69,7 en 61,8. DeepSeek Harness was in dezelfde tabel goedkoper met 40,30 dollar, maar scoorde 59,5.
De cijfers komen uit AWS’ eigen, over meerdere EC2-machines verdeelde Harbor-test. The Register wijst erop dat AWS vooral codeeragenten naast elkaar zette, terwijl Strands Harness zelf als algemene agent wordt aangeboden. De 28 procent is dus een benchmarkresultaat onder een specifieke testopzet, geen vaste korting op iedere agentrun.

De keuze verschuift omhoog
AWS is niet de eerste partij die de agentlaag openlegt. DeepSeek bracht eerder een modelonafhankelijk harnas uit onder de MIT-licentie, met ruimte voor een eigen bedrijfsgateway of zelfgehoste server. Het verschil is dat AWS nu een kant-en-klare algemene agent koppelt aan een expliciete benchmark over kosten en nauwkeurigheid.
Daarmee wordt de modelkeuze minder vaak het vaste middelpunt van een agentarchitectuur. De blijvende inzet zit in de tools, sessies, context en gegevensstromen eromheen. Wie die laag zelf kan draaien en vervangen, houdt meer ruimte om later van model of cloud te wisselen zonder de hele werkwijze opnieuw te bouwen.
Veelgestelde vragen
Van agentlaag naar eigendom
Ik denk mee over een agentarchitectuur die bij je proces past, ontwerp de koppelingen en bouw de automatisering end-to-end, self-hosted waar dat kan. Van eerste keuze tot live systeem blijf ik betrokken.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
