De Autoriteit Persoonsgegevens waarschuwt dat camerabrillen herkenbare mensen vrijwel nooit rechtmatig filmen, delen of publiceren, en adviseert organisaties zulke wearables waar nodig in hun huisregels te verbieden.
Voor een Nederlandse organisatie verandert daarmee niet de AVG zelf, maar wel de drempel voor beleid. Een camerabril is niet alleen een gadget van een bezoeker: het apparaat kan beelden, geluid en mogelijk AI-analyse van personeel, klanten en voorbijgangers opleveren. De AP noemt ziekenhuizen, rechtbanken en religieuze gebouwen expliciet als plekken waar een verbod in de huisregels nodig kan zijn.

Filmen is niet hetzelfde als mogen delen
Zodra iemand herkenbaar in beeld komt, gaat het om persoonsgegevens. Er is dan een geldige grondslag nodig en mensen moeten weten wat er met hun gegevens gebeurt. Voor strikt persoonlijk of huishoudelijk gebruik kan een uitzondering gelden, maar die uitzondering vervalt zodra beelden openbaar of breder worden gedeeld.
Dat maakt filmen in een openbare ruimte ingewikkeld. De AP schrijft dat het daar praktisch vaak onmogelijk is om iedereen vooraf te informeren en toestemming te vragen. Voor organisaties die zelf filmen geldt de AVG rechtstreeks. Voor bezoekers kan de huishoudelijke uitzondering eerst nog gelden, totdat de beelden buiten de privésfeer komen.
Ook het bekende opnamelampje lost het probleem niet op. Camerabrillen lijken op gewone brillen en het lampje is voor omstanders nauwelijks te zien. De AP vindt daarom dat zo’n signaal niet genoeg is om mensen over de verwerking van hun persoonsgegevens te informeren.
AI maakt de vraag groter
De nieuwste camerabrillen doen meer dan foto’s en video’s maken. Een gebruiker kan een AI-assistent vragen stellen over wat de camera ziet. Daarvoor kunnen camerabeelden en geluid uit de microfoons worden verwerkt, ook wanneer er geen foto of video wordt opgeslagen. De vraag is dan niet alleen of iemand wordt gefilmd, maar ook of een systeem die persoon analyseert.
De AP zegt dat de AVG ook gewone camera’s raakt: bij herkenbare personen is voor delen doorgaans toestemming nodig of moeten mensen onherkenkenbaar worden gemaakt. Voor organisaties komt daar de vraag bij welke AI-functies actief zijn, welke gegevens naar een dienstverlener gaan en hoe lang die verwerking duurt.
In Nederland komt deze waarschuwing boven op de Kamervragen over een verbod na drie AP-meldingen over heimelijk filmen. Dat onderzoek is nog geen wettelijk verbod. De AP onderzoekt zelf wel welke verdergaande maatregelen tegen camerabrillen en andere wearables met een camera mogelijk zijn.
Wat huisregels moeten vastleggen
De praktische vertaling voor organisaties is breder dan een verbod op één merk. Huisregels moeten duidelijk maken:
- welke draagbare apparatuur met camera of microfoon niet binnen mag;
- op welke plekken het verbod geldt, zeker waar medische, religieuze of juridische informatie aanwezig is;
- wat personeel doet als een bezoeker of medewerker de regel negeert.
Daarmee wordt ook duidelijk dat een camerabril niet automatisch onder dezelfde uitzondering valt als een privéfoto op een telefoon. Op het moment dat een organisatie het apparaat gebruikt, of beelden namens de organisatie worden verwerkt, ligt de verantwoordelijkheid bij die organisatie.
De AP legt die verantwoordelijkheid niet alleen bij gebruikers. Fabrikanten en aanbieders moeten signalen zichtbaar en moeilijk manipuleerbaar maken en niet meer persoonsgegevens verwerken dan nodig. De grens verschuift daardoor van achteraf beelden verwijderen naar vooraf bepalen of een apparaat dat kan filmen of analyseren überhaupt toegang krijgt.
Veelgestelde vragen
Technologie met duidelijke grenzen
Ik help je privacyregels vertalen naar werkbare software, toegangsregels en automatisering, van meedenken en ontwerp tot realiseren en beheren. Waar dat kan bouw ik self-hosted, zodat je data en processen onder eigen controle blijven.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
