De voorzieningenrechter in Rotterdam wijst het verzoek van DigiD-beheerder Solvinity en zijn eigenaar Vitruvian Partners af om het overheidsverbod op de overname door het Amerikaanse Kyndryl te schorsen. Het verbod blijft daarmee voorlopig in stand.
Voor Nederlandse organisaties bevestigt de uitspraak dat de staat een overname op grond van nationale veiligheid kan tegenhouden, en dat een rechter die grondslag serieus neemt. De voorzieningenrechter erkende de wettelijke basis voor het verbod en oordeelde dat de overname van Solvinity door Kyndryl Nederland een bedreiging voor het publiek belang kan vormen. Wie een bedrijf in kritieke digitale infrastructuur wil kopen of verkopen, kan er niet meer op rekenen dat zo'n blokkade in een kort geding sneuvelt.
Alleen de spoedschorsing, niet het verbod zelf
De rechter beoordeelde in dit kort geding uitsluitend of het verbod met spoed geschorst moest worden, niet of het definitief terecht is. Die inhoudelijke toets gebeurt in een aparte beroepsprocedure die nog loopt en pas over enkele maanden begint. Solvinity vocht op 6 juli in dezelfde rechtbank het verbod aan dat de staat eind mei oplegde, met het argument dat de overheid onvoldoende kon uitleggen waarom de deal een risico vormt.
De voorzieningenrechter ging daar nu niet in mee. Een schorsing zou onomkeerbare gevolgen hebben: de data en systemen van Solvinity zouden dan alsnog onder buitenlandse zeggenschap kunnen komen, met effecten die niet meer terug te draaien zijn. Het spoedeisend belang van Solvinity woog daar niet tegenop.
Kritiek op de staatssecretaris, en stichtingen mogen meedoen
Opvallend is dat de rechter ook de staat terechtwees. Staatssecretaris Willemijn Aerdts (Digitale Economie en Soevereiniteit) kreeg kritiek op haar bedenkelijke rechtsstatelijke handelwijze rond pogingen om twee belangenstichtingen buiten de procedure te houden. De rechter erkende die stichtingen, The Firewall en Privacy First, juist als belanghebbenden.
Dat verbreedt wie zich met dit soort deals mag bemoeien. Niet alleen de koper, de verkoper en de staat, maar ook publieke belangenbehartigers kunnen voortaan bij vergelijkbare overnames van kritieke infrastructuur naar de rechter stappen. Voor toekomstige transacties in de sector komt er zo een extra partij bij die een deal juridisch kan aanvechten.
Een conflict achter de schermen
Uit de stukken blijkt bovendien waarom Kyndryl het verbod zelf niet aanvocht. Tussen de twee bedrijven liep eerder een arbitragezaak waarin Solvinity juist aandrong op afronding van de deal terwijl Kyndryl terugkrabbelde. De Amerikaanse koper had er dus zelf belang bij dat de overname niet doorging, wat verklaart waarom alleen Solvinity en zijn private-equity-eigenaar de gang naar de rechter maakten.
Waarom dit verder reikt dan Solvinity
De kern van de zaak is niet of Kyndryl te vertrouwen is, maar wie er in laatste instantie aan de knoppen zit van systemen waar een heel land op leunt. Dezelfde vraag ligt onder elke leverancierskeuze van een gewoon bedrijf: onder welke jurisdictie valt je data, en hoe hard is je grip als de eigenaar van je software morgen verandert. Waar je data staat en van wie je software is, is geen politiek standpunt maar een bedrijfsrisico dat op dezelfde plank hoort als een te grote klant of een onmisbare leverancier.
Met deze uitspraak is dat risico geen theorie meer. De staat kan ingrijpen, een rechter dekt dat, en de kring van partijen die zo'n ingreep kan afdwingen wordt groter. Voor wie kritieke software of data uitbesteedt, wordt eigenaarschap net zo goed een selectiecriterium als prijs en functionaliteit.
Veelgestelde vragen
Grip op je eigen software
Deze zaak draait om wie uiteindelijk zeggenschap heeft over kritieke systemen. Ik help je van meedenken en ontwerp tot bouwen en automatiseren om je data en software in eigen hand te houden, self-hosted waar dat kan.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
