Anthropic bracht gisteren Claude Sonnet 5 uit met een prijslijst die op papier ongewijzigd bleef: de standaardtarieven staan op $3 per miljoen inputtokens en $15 per miljoen outputtokens, precies zoals bij voorganger Sonnet 4.6. Toch kan je rekening hoger uitvallen. Volgens onafhankelijk meetwerk van Artificial Analysis verbruikt Sonnet 5 bij maximale prestaties ongeveer 40 procent meer outputtokens per taak dan Sonnet 4.6, waardoor de werkelijke kosten stijgen terwijl de tarieventabel identiek blijft. Techsite The Decoder noemt dat een patroon bij Anthropic: prijsverhogingen die schuilgaan achter onveranderde tokentarieven.
Dat is een belangrijk onderscheid voor iedereen die met een AI-budget werkt. De prijs die je betaalt is niet het tarief per token, maar het tarief maal het aantal tokens. Blijft het tarief gelijk terwijl het verbruik per taak stijgt, dan stijgt de rekening net zo hard mee, zonder dat er iets aan de prijslijst verandert.
De prijslijst bleef gelijk, het verbruik niet
De tarieven zelf zijn eenvoudig te controleren. Bij Artificial Analysis staan de standaardtarieven van Sonnet 5 op $3 input en $15 output per miljoen tokens, gelijk aan Sonnet 4.6. Er is wel een tijdelijke verzachting: Anthropic rekent een introductieprijs tot 31 augustus 2026, waarin het nieuwe middenmodel als agentisch werkpaard tegen mid-tier prijzen werd gepositioneerd. Onder die intro betaal je $2 input en $10 output per miljoen tokens, waardoor Sonnet 5 op tokenniveau nu zelfs goedkoper is dan Sonnet 4.6. De echte prijsvraag komt dus pas na 31 augustus, wanneer de standaardtarieven gaan gelden.
| Model | Input (per 1M) | Output (per 1M) |
|---|---|---|
| Sonnet 4.6 | $3 | $15 |
| Sonnet 5 (standaard) | $3 | $15 |
| Sonnet 5 (intro t/m 31 aug) | $2 | $10 |
| Opus 4.8 | $5 | $25 |
Waarom een nieuw model meer tokens opeet
Het hogere verbruik komt uit twee hoeken tegelijk. Ten eerste gebruikt Sonnet 5 een vernieuwde tokenizer, dezelfde die met Opus 4.7 werd geintroduceerd. Volgens vergelijkend werk van MarkTechPost levert dezelfde tekst daarmee 1,0 tot 1,35 keer zoveel tokens op. Dezelfde prompt en hetzelfde antwoord tellen dus meer tokens dan voorheen, puur door de manier waarop tekst wordt opgeknipt. The Decoder wijst erop dat die tokenizerwissel bij Opus 4.7 al een gemeten sprong van 37,4 procent in tokens per verzoek veroorzaakte.
Ten tweede werkt Sonnet 5 agentischer: op kenniswerk-benchmarks doorloopt het model ongeveer drie keer zoveel agentstappen als Sonnet 4.6. Elke stap is een aparte modelaanroep die tokens kost. Meer stappen per taak betekent meer tokens per taak, los van de tokenizer. Samen tillen die twee effecten het verbruik per opdracht flink omhoog.
Wat het doet met je kosten per taak
Het effect is te zien zodra je niet naar de prijs per token kijkt, maar naar de kosten om een hele taak af te ronden. Artificial Analysis komt uit op gemiddeld $2,29 per taak voor Sonnet 5, tegen ongeveer $1,20 voor Sonnet 4.6 en $1,97 voor het duurdere Opus 4.8. Met andere woorden: het model dat als voordelig middensegment wordt verkocht, kan een volledige taak duurder maken dan het premiummodel erboven. MarkTechPost komt tot dezelfde nuance en noteert dat de kosten bij de hoogste inspanning die van Opus 4.8 kunnen overstijgen, bij vergelijkbare kwaliteit.
Eerlijk is eerlijk: je krijgt er ook iets voor. Op de agentische codeertest SWE-bench Pro scoort Sonnet 5 63,2 procent, boven de 58,1 procent van Sonnet 4.6, al blijft het onder de 69,2 procent van Opus 4.8. Het model is dus capabeler dan zijn voorganger. De vraag is alleen of die extra tokens ook evenredig meer waarde opleveren voor jouw specifieke werk, of dat je vooral meer betaalt voor hetzelfde resultaat.

Wat betekent dit voor jou
Dit is precies het mechanisme waardoor AI-budgetten ontsporen zonder dat er iets aan een prijslijst verandert: stijgend tokenverbruik door AI-agenten jaagt de rekening op terwijl de tokenprijs juist daalt. De prijs per token zakte met de helft, maar het verbruik ging keer 4,5, en Uber verbrandde zijn jaarbudget voor AI-codeerwerk in vier maanden. Sonnet 5 is een schoolvoorbeeld van dezelfde dynamiek, nu op modelniveau. Dat de sticker onveranderd blijft, maakt het risico juist groter: wie op het tarief begroot, begroot te laag.
Drie dingen helpen om grip te houden. Stuur op kosten per taak in plaats van prijs per token, want dat is het getal dat je daadwerkelijk betaalt. Meet je echte tokenverbruik voor en na een modelwissel, zodat je ziet wat een upgrade je in de praktijk kost en niet alleen wat het belooft. En route routinewerk naar goedkopere of self-hosted modellen, zodat het dure topmodel alleen draait waar het echt verschil maakt. Reken daarbij op de tariefsprong van 31 augustus, wanneer de introprijs vervalt en het volle standaardtarief plus het hogere verbruik samenvallen.
Het bredere punt is dat een onveranderde prijslijst geen onveranderde rekening betekent. Discussies over misleidende AI-kosten spelen breder, tot aan de rechtszaak over misleidende tokenlimieten bij Claude Max toe. De les is telkens dezelfde: het cijfer om in de gaten te houden is niet het tarief op de prijslijst, maar de tokenteller in je eigen verbruik.
Veelgestelde vragen
Grip op je AI-rekening
Ik help je AI niet alleen aanzetten, maar ook betaalbaar houden: ik denk mee over modelkeuze, meet je echte tokenverbruik en bouw je workflows zo dat routinewerk naar goedkopere of self-hosted modellen gaat. Van eerste idee tot werkende, beheersbare oplossing.
Dit artikel is geproduceerd samen met het Agent Team. Meer over de redactie.
